Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Bijna scheepsramp op de Zuiderzee

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Het moet een enorme klap geweest zijn toen op 5 december 1888, de “Holland” zich twee meter in de “Friesland” boorde. De “Holland” bleef drijven maar de “Friesland” zonk.

Het ongeluk gebeurde in dichte mist, midden op de Zuiderzee. Er waren gelukkig geen slachtoffers. De passagiers van de Friesland konden overstappen, zelfs de post kon nog worden gered.

Zusterschepen

Het was merkwaardig dat het twee zusterschepen betrof die ook nog eens voor de zelfde maatschappij voeren.

De Alkmaarse reder Cornelis Bosman – onder andere exploitant van de bootdienst Alkmaar-Amsterdam - zat meteen in de problemen. De “Friesland” en de “Holland” waren zijn enige passagiersschepen op de lijn Enkhuizen-Stavoren.  Hij had wel een reserveschip, de “Prins van Oranje”, maar dat schip was eigenlijk te klein en te weinig comfortabel en, wat erger was, de passagiers voelden zich niet veilig aan boord. Pas in 1899 kon Bosman een nieuw schip laten bouwen: de “Groningen”.

 De “Holland”, de “Friesland” en de “Groningen” waren nog raderstoomschepen. Ze werden geroemd voor hun luxe en zeewaardigheid. Het blad “Eigen Haard” schreef over de Holland en de Friesland: “... het geheel doet met verzekerdheid het veege lijf toevertrouwen aan een zeeschip, wel in staat de woeste baren te trotseren”.

Ze konden zo’n 450 passagiers vervoeren, verdeeld in drie klassen. Bij de eerste en tweede klasse was zelfs een rooksalon. Snel waren de schepen ook. In een uur en tien minuten staken ze de Zuiderzee over. 

Nieuwe stoomponten

Tot 1915/1916 deden de raderstoomschepen dienst. Toen werden ze vervangen door de “C. Bosman”, “R. van Hasselt” en later de “W.F. van der Wijck”. Dat waren moderne schroefstoomschepen die uiterst luxueus werden ingericht. Ze konden zo’n 1800 passagiers vervoeren.

Bosmans veerdienst Enkhuizen-Staveren was een integraal onderdeel van de treinverbinding Amsterdam-Leeuwarden. De passagiers konden zo vanaf het trein via de kade op de boot stappen.

Maar het overladen van goederen had altijd al vertraging en onkosten opgeleverd. Vandaar dat men in 1899 ook met stoomponten was gaan varen. Op het dek van deze schepen  lagen rails waarop 13 wagons konden worden geplaatst, zes aan de ene kant, zeven aan de andere. Over een ingewikkelde constructie, een soort brug, kon een locomotief de wagons op het schip duwen. De constructie was ingewikkeld omdat men in de haven van Enkhuizen nog met eb en vloed te maken had.

Concurrentie

In de jaren dertig kreeg de rederij het moeilijk. De economische crisis zorgde ervoor dat nog maar 200.000 reizigers de oversteek over het IJsselmeer maakten. Ter vergelijking: in 1916 werden er 340.000 passagiers geboekt. Dat was een record dat niet meer gebroken zou worden.

Niet alleen de crisis zorgde voor een terugloop; de veerdienst kreeg stevige concurrentie van de Afsluitdijk. Bussen en vrachtwagens konden sneller passagiers en de goederen vervoeren. De Enkhuizer Courant begreep dit niet. In een artikel in 1936, naar aanleiding van het vijftig jarig jubileum van de rederij, schreef de krant: “De tocht duurt ruim een uur, dat is niet te kort en niet te lang en vormt daardoor juist een prettige onderbreking van de spoorreis... Want behalve zeer zeevast en comfortabel ingericht, zijn de booten ook echt Hollands-proper en is de keuken aan boord onovertrefbaar”.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube