Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Een eigen Staverse boot met schuilhut

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Pieter Jan de Vries

Een eigen Staverse boot met schuilhut
In de oorlogsjaren was reizen een hachelijke zaak. Engelse vliegtuigen speurden voortdurend naar verdachte transporten. Rijdende treinen werden beschoten, boten varend op kanalen of meren eveneens. Alles waar troepen of materieel in kon worden vervoerd, was voor geallieerde jachtbommenwerpers een doelwit om op te schieten.

Mijn vader kwam uit Workum in Friesland. Daar woonden nog altijd zijn ouders, mijn pake en mijn beppe. Regelmatig ging ons gezin daarom met de boot naar Stavoren. Soms voor een weekend, soms om vakantie te vieren. In de zomer van 1942 of 1943 zouden we weer naar Workum. Maar de rederij Koppe, die de grote veerboten Van Hasselt, Bosman en Van der Wijck in de vaart had, wilde de passagiers zo weinig mogelijk risico's laten lopen. Hij stuurde voor elke afvaart een reserveboot mee. Die was leeg en voer op een paar honderd meter achter de volle veerboot aan. In noodgevallen kon boot nummer twee bijstand verlenen. En dat leverde voor ons gezin een avontuur op. 

Het zuidelijk gedeelte van de stad – in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw aangelegd – had van het begin af aan een hoge concentratie van bewoners die bij het spoor of de veerboten werkten. Zo ook in de Oostertuinstraat, waar ons gezin bij de aanleg in 1934 een woning had betrokken. Een aardige buurman daar was kapitein Muizelaar, een van de gezagvoerders van de Staverse boten. Hij had ook familie in Workum en die woonde bovendien naast onze pake en beppe. Dat gaf een extra band. Toen wij dan ook op de bewuste dag bij de aanlegsteiger arriveerden, wenkte hij ons naar zíjn schip, de lege volgboot. 

Voor het 12-jarige jongetje dat ik toen was, was dat een groot feest! Een hele boot voor ons alleen, met een schuilhut van biels op het achterdek. Overal waar ‘verboden toegang voor passagiers’ op stond, mocht ik komen. Voor, achter, in de eerste klas, op de brug; niemand bemoeide zich met me. Ik zie ze nog voor me: de kapitein en de stuurman bij het grote stuurwiel. Tussen hen in een conservenblikje waarin ze regelmatig de restproducten van een tabakspruim deponeerden. Van beschietingen is het die reis niet gekomen. Dat zou eigenlijk nog wel spannend geweest zijn. Op je twaalfde is zelfs de oorlog een spel.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube