Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Herinneringen aan de oorlog

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Iris Vinkenborg

Herinneringen aan de oorlog
Als je bij "het Vuurtje" staat en zo de achterkant van Enkhuizen ziet, dat vindt Harm Buiten de mooiste plek van Enkhuizen.

Aan de muur hangt een schilderij van de Zuiderhavendijk. De hele Vissersbuurt vindt hij prachtig. Harm Buiten is geboren in Meppel, zijn vader was conducteur bij de spoorwegen en daarom verhuisden zij in 1932 naar Enkhuizen, naar de Vissersdijk 22. Harm was toen twaalf jaar en ging naar de zesde klas van de Timotheusschool in de Peperstraat. Harm Buiten heeft veel herinneringen aan Enkhuizen, zowel mooie als slechte. In zijn kamer in Overvest vertelt hij over de bombardementen in Enkhuizen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De invasie

“Ik kan me de invasie in 1940 nog herinneren. Het komt niet vaak voor maar wij hadden destijds geen radio. Om zeven uur ’s morgens ging de deurbel, ik deed open en het was mijn buurjongen. Hij was degene die ons vertelde dat Nederland officieel in oorlogstoestand verkeerde. Ik trok snel mijn kleding aan en ging naar de Enkhuizer Brood, Koek en Beschuitfabriek, daar heb ik 45 jaar gewerkt. De Enkhuizer jodenkoek was in die tijd al heel bekend!

Meestal als ik naar mijn werk ging maakte ik een korte omweg via de haven, daar gebeurde namelijk altijd van alles. Die ochtend ging ik ook via de haven en toen zag ik boven het IJsselmeer drie Duitse vliegtuigen naast elkaar vliegen richting Amsterdam. Ik ben zo snel mogelijk weggegaan.

Eenmaal aangekomen bij de fabriek was iedereen in rep en roer. De dorpen Bunschoten en Spakenburg werden geëvacueerd en voor deze paar duizend mensen moest er brood gebakken worden, dat werd een drukke ochtend! In de lunchpauze fietste ik weer via de haven naar huis. Daar was het een verschrikkelijke toestand, de haven lag vol met passagiers- en visserschepen, er liepen mensen, kleine kinderen en overal stonden koffers en spullen. De Spakenburgers en Bunschoters werden verdeeld over Enkhuizers die zich opgegeven hadden om evacués te ontvangen. Zelf hebben wij thuis geen evacués gehad.”

Gierende bommen

Het eerste bombardement in Enkhuizen was op 6 oktober 1940, Harm herinnert zich deze dag nog precies.

“Ik was bij de zoon van de koster van de Zuiderkerk, dat was een kameraad van mij. We waren daar na kerktijd een bakje koffie aan het drinken. Toen we klaar waren met de koffie stelde mijn kameraad voor om de torens in te gaan want deze hadden wij nog nooit gezien. Halverwege de trap waren hoorden we vliegtuigen overkomen die iets afschoten. Ik keek uit het raam en zag rookpluimen bij de Oostertuinstraat. De jongens en ik renden de trap af en gingen naar de Wilhelminabrug. In de lucht zagen we dat het vliegtuig was omgekeerd en vier gierende bommen liet vallen. Het was een stormachtige dag en je hoorde de bommen echt gieren.

Die dag vielen er veel gewonden en raakten een boel huizen beschadigd, vooral in het gebied van de Spoorhaven en de Oostertuinstraat Er viel één dode, de heer K. Spaan, hij overleed aan een scherf die hem had geraakt. Spaan woonde op de hoek van de Oostertuinstraat en Snouckstraat. Een vrouw die destijds op de Snouckstraat woonde was na het bombardement zo bang dat het nog eens zou gebeuren, dat ze daar weg wilde. Wij woonden op de Noorderboerenvaart en zijn naar haar huis verhuisd. Ik was niet bang, ze doen het toch nooit twee keer op dezelfde plek.”

“Stel dat ik iets later was geweest”

De oorlog ging door en 15 maart 1945 was er een tweede bombardement in Enkhuizen. “Het waren rustige tijden in de Enkhuizer Brood, Koek en Beschuitfabriek dus ik had vaak vrij. Vanaf de Snouckstraat fietste ik via de haven en door de Dromedaris naar de Breedstraat, daar woonde de kapper. Hij was halverwege het knippen van mijn haar en toen begonnen de ruiten te rinkelen, weer een bombardement! De kapper schoot onder het aanrecht en alle andere aanwezige klanten en ik vluchtten de zaak uit. Ik wilde niet tussen de huizen blijven, dat leek mij niet veilig dus fietste ik naar het Wilhelminaplantsoen, waar ik ongeveer een half uurtje gebleven ben. Daarna ben ik terug de stad in gegaan en fietste door de Vijzelstraat. Daar waren veel ambulances, dat waren toen nog bakfietsen waar de gewonden ingelegd werden. Ook in de Paktuinen was het een grote ravage. Uiteindelijk ben ik maar terug gegaan naar de kapper. Al die tijd  heb ik met een halfgeknipt kapsel rondgereden! De kapper maakte zijn werk af en ik ging naar huis, naar mijn ongeruste moeder en zus. Die dag zijn er 23 doden gevallen. Achteraf ben ik wel geschrokken, ik fietste namelijk een half uur eerder nog op de plek waar het is gebeurd. Stel dat ik iets later was geweest.”



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube