Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

De thuishaaldertjes van Enkhuizen

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Iris Vinkenborg

Dr.B.  van der Heide
Dr.B. van der Heide
Op 16 maart 1945 vaart een houten tjalk, De Anjo, de haven van Enkhuizen binnen. De Anjo is vertrokken vanuit Amsterdam en heeft als eindbestemming Friesland en Groningen. Aan boord liggen 98 zwaar ondervoedde baby’s op een laagje stro. De ouders hadden hun baby’s meegegeven omdat in Friesland en Groningen genoeg te eten was, daar zouden de baby’s bij mensen ondergebracht worden zodat zij konden aansterken.

De Anjo komt tijdens de tocht in een dikke mist terecht en raakt de weg kwijt, er is geen eten en drinken aan boord en de schipper besluit een noodstop te maken in Enkhuizen. De stad komt onmiddellijk in actie, de burgermeester geeft Karel de Kat, de stadsomroeper, de opdracht om hulp te roepen. ‘Wie wil er een kindje voor één nachtje, voor zij verder reizen naar Groningen of Friesland, of voor een langere tijd opnemen en deze voeden? Er zijn 100 ondervoedde baby’s in de haven, kom zo snel mogelijk!’ Binnen een dag is de boot leeg en zijn de ‘thuishaaldertjes’ bij verschillende hulpzame Enkhuizers ondergebracht. Helaas zijn onderweg al zo’n twintig baby’s overleden.

Ook de familie Veenstra kon nog wel een mondje extra voeden en vingen een baby op. Aafke Kahlman-Veenstra was toen tien jaar maar ze herinnert zich het nog precies. “Mijn moeder stuurde mijn vader naar de haven en zij wilde het liefst een zo’n klein mogelijke baby. Op de boot stond dokter van der Heide, hij verdeelde de kindjes onder de mensen.. In eerste instantie gaf de dokter een baby van ruim een jaar aan mijn vader, waarop mijn vader zei dat hij het liefst een zo’n jong mogelijk kindje wilde. ‘Kom dan maar mee’, zei de dokter en ze liepen naar beneden in de boot en daar lag ze in het stro, Ria Zegerius, slechts vier en een halve maand oud. Haar naam stond op een kaartje dat om haar nek hing en ze had een koffertje met wat kleertjes bij zich, waar een kaartje aan zat met haar adres in Amsterdam.”

Niet alle kinderen waren zo verzorgd achter gelaten als Ria, veel baby’s waren naakt en er was soms geen adres bekend. Zo ook het kindje dat de zus van mevrouw Postma had opgevangen. “Er was geen naam, geen adres, niets. Alleen een kaartje waar iets stond wat begon met Sam, de rest konden we niet lezen, mijn zus noemde haar maar Sampie. Het arme kind had zwarte vlekken op haar hoofd, mijn zus dacht dat Sampie vies was en besloot haar een flinke schrobbeurt te geven. De buurvrouw kwam even kijken naar het baby’tje en vroeg of alles goed ging. ‘Ja’, zei mijn zus, ‘alleen ze is zo vies en ik krijg die vlekken maar niet weg.’ De buurvrouw keek ontsteld naar Sampie en zei ‘Lieverd, ze is niet vies, het arme kind is zo dun, dat haar botten door haar huidje heen schijnen!’

De familie Veenstra zat klaar om het kindje te vertroetelen en Aafke wachtte in spanning af tot ze zou komen. “Mijn vader kwam binnen, legde Ria op tafel en sloeg de dekens open en toen zag ik haar voor het eerst, een lief, klein, lachend kindje met rode krulletjes. De hele buurt kwam op bezoek en iedereen nam iets mee, het leek wel of mijn moeder zelf een baby had gekregen!”

Ria begon flink te groeien en mevrouw Veenstra bezocht regelmatig het consultatiebureau. Ze besloot om Ria’s moeder een brief te schrijven, ‘als het mijn kind was, wilde ik ook weten waar ze verbleef en hoe het met haar ging’. Al snel kreeg de familie Veenstra een brief terug:

Dinsdag 26 maart 1945

Aan de pleegouders van Ria,

Ik heb zaterdag uw brief ontvangen en ben daar heel erg blij mee. Ik weet nu tenminste waar mijn kleinste meisje uithangt. Ik ben erg verdrietig geweest dat ik haar weg moest brengen maar door uw brief voel ik mij een heleboel gerust gesteld.

Mijn man is door omstandigheden bij mij weg, hij heeft zijn kindje nog nooit gezien en weet zelfs niet wat we hebben, dus begrijpt u wel dat het een hele stap voor me was ook nog mijn kindje weg te moeten doen.

Ik vind het heel leuk dat u zelf ook kinderen heeft. Het zal voor uw dochtertje wel fijn zijn, zo’n klein zusje erbij. Ik heb nog een zoontje van vier jaar, dat is mijne hele huishouding. Hij vraagt steeds of zijn zusje na de oorlog wel werkelijk thuiskomt. Hij is steeds bang dat u haar wilt houden.

Ook ben ik heel erg blij dat ze nu tenminste groeit, hier wou het maar niet en ik heb toch gedaan wat ik kon. Ik ben helemaal niet jaloers hoor, als u schrijft dat het zo’n schat is, daaruit blijkt ook weer dat zij in goede haven aangeland is.

Huilt zij bij u ook de hele nacht? Of zou het gekomen zijn door de slechte voeding?

Verder hoop ik dat wij nog eens na de oorlog goed kunnen maken wat u nu voor ons doet. Ik verkeer nu in omstandigheden dat ik absoluut niets doen kan, alleen mocht u soms eens een grote wollen slobbroek of zo iets dergelijks nodig hebben, dan kan ik die misschien wel eens meegeven maar zo’n vaart zal het wel niet lopen. Meisjes kleertjes heb ik helemaal niet, aangezien de eerste een jongen was en nu was er ook niets te krijgen. Maar ik vermoed dat ze zonder jurkje wel net zo lekker zal worden dan met.

Ook ben ik blij dat u met haar naar het consultatiebureau gaat, want dan blijft ze tenminste onder controle en kunt u haar gewicht ook eens schrijven want dat vind ik erg belangrijk.

Verder weet ik niets meer dan alleen de hartelijke groeten en voor mijn dochtertje Ria een heleboel kusjes van haar moeder en broertje.

Harry & Jennie Zegerius- Vogels

De omstandigheden waar Jennie over schreef, hielden in dat haar man Joods was. Hij was in Limburg bij de ondergrondse gegaan en heeft zich daarna aangesloten bij de Prinses Irene Brigade. Na de bevrijding kwam Jack Zegerius terug naar Amsterdam, daar sloot hij zijn vrouw en zoontje in zijn armen, maar hij miste de baby. Op zaterdag 12 mei moet Jack naar Alkmaar en besluit daarna door te rijden naar Enkhuizen, hij wil Ria zo graag zien. “En zo stond Jack Zegerius die zaterdag opeens bij ons op de stoep, Ria lag op dat moment in de tuin in het zonnetje. Jack was blij dat hij haar even kon zien!”

Op 14 mei werd Ria ziek en het werd steeds erger. De volgende dag was het zo erg dat mijn moeder besloot Jack en Jennie te bellen, want ze vond dat zij langs moesten komen. Rond half 7 waren Jack en Jennie in Enkhuizen. ‘Ze is helemaal niet ziek’, zei Jennie, ‘wat ziet ze er mooi uit en wat is ze lekker gegroeid!’. Mijn moeder vertelde hen dat Ria behoorlijk ziek was en dat de dokter gebeld moest worden. De dokter kwam rond half negen en verwees ons door naar het ziekenhuis. Toen we van de Wortelmarkt naar het ziekenhuis in de Vijzelstraat liepen, droeg mijn moeder Ria in haar armen. ‘Normaal’, zei mijn moeder, ‘als je iemand tilt wordt het steeds zwaarder, maar bij Ria lijkt het wel of ze steeds lichter wordt, alsof ze uit mijn armen vliegt.’ In het ziekenhuis werd Ria meegenomen naar de onderzoekskamer, na ongeveer een kwartiertje kwamen de artsen terug. Helaas hadden zij slecht nieuws voor ons, Ria was overleden aan dysenterie. Jack had op 1 broer en 2 nichten na, zijn hele familie verloren tijdens de oorlog, waarom zij ook nog?”

Na de bevrijding werden de meeste baby’s, die flink waren opgeknapt, opgehaald door hun ouders. Voor andere baby’s duurde de hereniging met hun ouders wat langer, sommige zijn zelfs nooit opgehaald en opgegroeid in Enkhuizen. Ook Sampie heeft hier een lange tijd doorgebracht, vertelt mevrouw Postma. “Mijn zus kon geen contact opnemen met de ouders, want we wisten niks over hen. Ze heeft zelfs overwogen het kind te adopteren omdat het zo lang duurde, Sampie kon inmiddels lopen! Uiteindelijk kwam de moeder van Sampie haar ophalen, ze nam haar mee zonder één woord te zeggen. Er kon geen bedankje vanaf, terwijl mijn zus toch ongeveer anderhalf jaar voor haar gezorgd heeft. We hebben er nooit meer wat van gehoord, we weten zelfs haar echte naam niet of waar zij vandaan kwam.”

De familie Veenstra heeft wel jarenlang contact gehad met de ouders van Ria, totdat deze het contact wilden verbreken. “Jack en Jennie wilden alles achter zich laten en het afsluiten.”



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube