Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

De eerste stadsuitbreiding na de oorlog

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Pieter Jan de Vries

De Draad- en Kabelfabriek, de Draka in aanbouw
De Draad- en Kabelfabriek, de Draka in aanbouw
Toen in 1885 de spoorlijn kwam, werd het gebied ten zuiden daarvan van Enkhuizen afgesneden. Waar ooit de Ketenpoort en de Ketenboom de toegang tot de stad vormden, en waar de Burgwal tot aan de Zuiderdijk doorliep, lag nu nog een verlaten en slecht bereikbaar stukje polder met wat slootjes en een diep gat waaruit grond voor de het rangeerterrein was gegraven.

Zestig jaar later had de tijd die verlatenheid wat verzacht. De uitgraving was een met riet omzoomde visput geworden. Hoge iepen groeiden langs de toegangsweg. De poldereilandjes, waarin hier en daar nog de plattegrond van het puntige, afgegraven halfbastion Oranje waren te herkennen, vormden het gebied van verscheidene tuinders.

In de kromming van de Zuiderdijk stond in de zomer een demontabel, houten zwembad. En een somber en geheimzinnig pand dat in 1885 voor de daklozen was opgetrokken, vormde de enige bebouwing. Ook was een hoekje waar regelmatig een of twee woonwagens stonden. Ver van de binnenstad! Maar het gebied was in 1945 voornamelijk leeg.

En in die leegte zou verandering komen. Na de stilstand in de Tweede Wereldoorlog bloeide de achtergebleven bouwdrift in Nederland snel op. De achterstand moest worden ingehaald, maar ook de werkgelegenheid moest niet alleen op gang komen, maar ook groeien. En om dat te stimuleren was er een slagvaardige gemeenteraad nodig. En die was er. Soms zelfs een beetje té slagvaardig.

Op lege grond kun je huizen en fabrieken bouwen. En er was lege grond. Die moest dan wel eerst door de gemeente verworven worden. Voor de visput bestond dat probleem niet. Die was al van de gemeente, maar die moest men wel eerst dempen. De grond kon met schuiten worden gehaald van het veilingterrein uit Bovenkarspel; daar was teveel grond. Het werk moest worden gedaan door werklozen die daarvoor 60 cent per uur kregen. Pas na veel politiek gesteggel werd dat ‘loon’ opgetrokken tot 65 cent, een soort smerigwerktoeslag.

De put werd bouwterrein en de Draad- en Kabelfabriek, de Draka, uit Amsterdam diende zich aan. Industrieterrein I was dus vol.

Er zouden nog twee aansluitende uitbreidingen in westelijke richting komen voor het industrieel imperium zijn huidige omvang bereikte. Daarvoor volgde een lang proces van loven en bieden, geven en nemen. De participanten in het spel waren de grondeigenaren van de stukjes grond in het resterende, versnipperde poldergebied, waaronder zaadfirma’s, particuliere tuinders en de rooms-katholieke kerk.

Van hen die nu langs het koele, zakelijke industriecomplex de stad binnenkomen, zijn het alleen nog maar de oudere Enkhuizers die zich iets kunnen herinneren van de romantische uitstraling die er zoveel jaren de sfeer bepaalde.

Foto: Stichting Foto Bedijs


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube