Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Garrut en de kleine Henkuzer wereld

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De Westerstraat vanaf de Nieuwmarktspijp rond 1910. Links een van de fraaie gaslantarens, ze moesten stuk voor stuk met de hand aangestoken worden.
De Westerstraat vanaf de Nieuwmarktspijp rond 1910. Links een van de fraaie gaslantarens, ze moesten stuk voor stuk met de hand aangestoken worden.
Jarenlang was Gerhard Stavenuiter (1916 - 2001) het gezicht van de Enkhuizer Courant. Hij was chef-redacteur en bepaalde dus welk nieuws uit de Haringstad de krant haalde, maar hij was ook de schrijver van het bekende Henkhuzer Kwartiertje.

Hij schreef deze rubriek in een nauwkeurig opgetekend Enkhuizer dialect. Hij was trots op zijn dialect en deed er moeite voor om het te behouden. Zijn stukjes, in de vorm van een brief aan de redacteur van de krant, gingen over de gewone Enkhuizers.

Ene Klaas was ooit na een vermoeiende avond in Hoorn, hij deed daar een examen voor de Handelsavondschool, in de verkeerde trein gestapt en was al slapend naar Amsterdam in plaats van naar Enkhuizen gereisd. Tegen de tijd dat hij wakker werd 'scharrelde' de trein al tussen Zaandam en Amsterdam. Terug reizen kon niet meer, de laatste trein was al weg. Geen paniek, via het Leger des Heils belandde de Enkhuizer in een goedkoop hotel en aan de politie werd gevraagd of zij even de ouders van Klaas in Enkhuizen konden waarschuwen.

Pas de volgende ochtend realiseerde de reiziger zich dat hij geen geld had voor de terugreis. De oplossing was simpel. Hij had nog een pakje sigaretten en hij ging bij een tabakswinkel staan en verkocht het pakje aan de eerste de beste Amsterdammer die de winkel in wilde om een rokertje te kopen. Van de opbrengst kon Klaas een kaartje naar Enkhuizen kopen.

De aanleiding voor deze anekdote? Het was bijna Oud en Nieuw en Garrut moest denken aan een gedicht waarin het nieuwe jaar vergeleken werd met een perron waarop allerlei mensen stonden die met het nieuwe jaar mee wilden. De dichteres had zich afgevraagd hoeveel mensen de reis zouden voltooien. De redacteur kreeg van Garrut 'Veul gezondheid, de rest rommelt 't wel' toegewenst.

Door de komst van het aardgas werd Garrut een beetje nostalgisch. Overigens niet na de huiselijke opmerking dat het weer iets minder koud was dan de week daarvoor, "dat scheelde toch weer een kitje kolen". Garrut zag in gedachten de lantarenaanstekers's avonds en 's morgens door de straten trekken om de straatverlichting aan te steken en uiteraard's ochtends weer uit te doen.

Slinger

Ook de nieuwe telefooncentrale wekt~bij hem herinneringen op aan de tijd van de ouderwetse telefoon. Je draaide aan een slinger en dan kreeg je de juffrouw van het postkantoor aan de lijn die vroeg wie je wilde spreken. Duurde het wat lang voordat diegene de hoorn opnam dan kon de juffrouw nog wel eens belangstellend vragen of "je al wat hoorde". Ze wilde ook wel als babyoppas optreden. Je legde de hoorn in de wieg. Begon de baby geluid te maken dan hoorde de telefoniste dat en belde ze naar het adres waar je op visite was. "'t Kind dreint", was dan de boodschap.

Verder was er die week, het was 18 januari 1968, weinig nieuws. Garrut had de schaatsen uit het vet gehaald, maar het was prómpt begonnen te dooien. Het zal wel niet zo'n winter worden als in 1963, toen was hij nog eens, met een kastelein achterop, met een brommertje naar Urk gereden. Onderweg was hij erg koud geworden, en hij had de kastelein hoopvol gevraagd of die niet wat verwarmends (en hart-versterkends) bij zich had. De man had een flesje met ...appelsap bij zich. Dat is ook zo, had Garrut teleurgesteld bedacht: een goeie kastelein is de beste geheelonthouder!


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube