Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Gemopper over Koninginnedagviering

Bron / Auteur: Klaas Koeman

Er werd veel gefeest na de oorlog. Overal in Enkhuizen werden buurtverenigingen opgericht die bevrijdingsfeesten organiseerden. Die verenigingen bleven nog jaren actief. Het enthousiasme om iets te vieren was zo groot dat er zelfs overlegd moest worden wie welk feest organiseerde. Afgesproken werd dat de Oranjevereniging de nationale feestdagen, Julianadag op 30 april en Koninginnedag op 31 augustus, voor zijn rekening zou nemen.
Julianadag werd in 1947 gevierd met een groot feest in de Doelen. De stadsdichter Siebe de Jong hield een vrolijke voordracht en meester Fluitman hield een ’gemoedelijk praatje’ over de onverbrekelijke band tussen Nederland en Oranje. Harry Lobrink’s dansorkest zorgde voor de muziek. Koninginnedag leidde tot wat gemopper. Geen kinderoptocht met de muziekkorpsen, geen volksspelen?

En waarom werd de aubade niet voor het stadhuis gezongen maar in de muziektent? Het Nieuw Noord Hollands Dagblad suggereerde dat het te maken kon hebben met de socialistische signatuur van de wethouders. Het Oranje gevoel was altijd een protestants-christelijke aangelegenheid geweest, waarbij ook wel eens wat antisocialistische gevoelens geuit werden.

Overigens hadden ook de katholieken moeite met Oranje. De krant vroeg een katholiek meisje waarom ze geen oranje droeg. Tja, had ze wat aarzelend gezegd, zo’n oranje strikje staat zo gereformeerd...

In de oorlog was veel gesproken over het slopen van de zuilen die het Nederlandse volk zo diep verdeelden. Het zou na de bevrijding niet lukken. De socialisten bijvoorbeeld vierden nog steeds hun eigen Dag van de Arbeid op 1 mei. In 1947 was er een grote optocht van alle linksen met muziek van de Eendracht en het Stedelijk muziekkorps. Op de spandoeken stonden leuzen als: Medezeggenschap in den Arbeid, of Geen Deviezen voor Bier en Sterke Drank. De roden waren niet erg oranje maar wel blauw. En op het carillon werden vrolijke socialistische wijsjes gespeeld, waaronder de Internationale.

Internationale

Dat het Stedelijk Muziekkorps niet op 30 April speelde maar wel op 1 mei werd door de rechtse partijen vreemd gevonden, maar de Internationale op het gemeentelijk carillon? Velen herinnerden zich de enorme rel die uitgebroken was toen Crevecoeur op 1 mei 1929 de Internationale gespeeld had. Het protestants christelijke raadslid Groot probeerde weer een relletje te forceren, maar de socialistische meerderheid in de raad was zo groot dat hij geen poot aan de grond kreeg. Maar het was duidelijk dat de protestants christelijke en de socialistische politici net zoals voor de oorlog weer lijnrecht tegenover elkaar stonden.

Er was ook een initiatief om de 21 mei wat grootser te vieren. Misschien zou de bevrijding van de Duitsers de bevrijding van de Spanjaarden wat meer kunnen laten leven. Het katholieke Nieuw Noord Hollands Dagblad beantwoordde dit idee met een serie artikelen over het gruwelijk lot van een aantal priesters in die dagen, onder de kop ’Het Marteldrama te Enkhuizen’.

Dan wist ten minste elke katholiek waarom hij niet mee kon doen aan die 21 mei viering.

Overig Nieuws

Bekijk oude berichten in het nieuwsarchief »
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube