Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Een punthoofd van de volzinnen van het distributiekantoor

Bron / Auteur: Klaas Koeman

Een punthoofd van de volzinnen van het distributiekantoor
Alsof de duivel er mee speelde: na een kwakkelend begin van de winter begon het in januari te vriezen dat het kraakte. En dat terwijl er een enorm tekort aan kolen was. De gasfabriek kon niet meer fatsoenlijk produceren, het leidde tot luide klachten van huisvrouwen die wanhopig probeerden te koken op het slechte gas dat nog uit de leidingen kwam.



Maar andere grootverbruikers van steenkool kwamen ook in de problemen. De scholen moesten dicht omdat ze de lokalen niet meer konden verwarmen. Wekenlang konden de leerlingen thuisblijven. Alleen een aantal klassen van de HBS en de avondschool draaiden door. Het badhuis op de Driebanen moest sluiten. Het kon de douches en baden niet meer van warm water voorzien. Zelfs bedrijven gingen dicht. De papierfabriek op de Paktuinen moest zijn activiteiten langere tijd staken. In de mededelingen van het distributiekantoor stonden prachtige volzinnen, zoals: ’De uitreiking van schoenenbonnen voor personen wier nummer van de Tweede Distributiestamkaart eindigt met het cijfer NEGEN (9) en in het bezit zijn van een inlegvel, waaraan zich de bon 612 bevindt en voor kinderen die geboren zijn in de maanden juli en augustus van de jaren 1932-1945 en in de maanden september en oktober 1946 zal in de week van 18 augustus-23 augustus 1947 geschieden: Dinsdag 10 augustus 1947 9.00-10.00 uur voor de letter B etc etc.’ En ook: ’Bij het afhalen van de inschrijvingsbewijzen voor rijwielbanden dienen behalve de aanvraagformulieren en de 2de distributiestamkaart van de aanvragers tevens te worden overlegd de 2de distributiestamkaart van het hoofd c.q. plaatsvervangend hoofd van het gezin.’

Een punthoofd kreeg je ervan.

Maar gelukkig scheen er hier en daar wat licht aan het einde van de tunnel. Langzamerhand gingen steeds meer artikelen van de bon. Zelfs zoveel dat het distributiekantoor voorzichtig wat personeel kon ontslaan. Rot voor de betrokkenen, maar er zullen weinig ’klanten’ rouwig om geweest zijn. Ook in het bedrijfsleven begonnen zaken te veranderen. De werkgevers, in de vooroorlogse verhoudingen bijna almachtig, kregen te maken met CAO’s. Zelfs in de voor Enkhuizen zo belangrijke zaadindustrie werden CAO’s dwingend voorgeschreven. Van erg lange onderhandelingen was geen sprake. De zaadsector kreeg de CAO van de metaalindustrie voorgeschreven en daar moesten de werkgevers en werknemers het mee doen.

De woningnood leidde tot menselijke drama’s. De ongehuwde en gepensioneerde onderwijzeres mej. Woestenburg kreeg in maart 1947 een mededeling van het stadsbestuur dat haar woning gevorderd was, zij kreeg een kamer toegewezen bij een alleenstaande heer op het Exterpad. Zij protesteerde fel, tot de rechter aan toe. Ze won het zelfs in eerste instantie, maar dat had meer met de alleenstaande heer en haar ongehuwde status te maken dan met haar woning. Die verliet ze dan ook uiteindelijk om ergens anders op kamers te gaan. Maar er was hoop: er werd over nieuwbouw in de stad gepraat. Bestuurders hadden het zelfs het over een hele nieuwe straat bij de Vest. En een enkeling droomde over een hele nieuwe stadswijk buiten de Vest. Maar dat was echt nog toekomstmuziek.

De klap op de vuurpijl was de noodwet-Drees, oftewel de AOW. Honderdduizenden bejaarden in Nederland kregen nu voor het eerst een pensioentje en hoefden niet meer hun hand op te houden bij de kinderen of de kerk. De Bond voor Staatspensioenering had hier jarenlang voor gevochten.

Men had nog één advies voor de leden: de vlag uit op 1 oktober 1947.

Overig Nieuws

Bekijk oude berichten in het nieuwsarchief »
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube