Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Stapel liet voor schip stuk uit kademuur hakken

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: klaas koeman en paul gutter

Stapel liet voor schip stuk uit kademuur hakken
Een vechtjas, een man met een sterke wil, die nooit een blad voor de mond nam. Maar ook zeer intelligent en iemand met een warm hart. In die bewoordingen schreef de Enkhuizer Courant over Kees Stapel na zijn overlijden in 1936.

Het was geen wonder dat de krant hieraan een groot artikel wijdde. Stapel drukte jarenlang zijn stempel op de stad, als een van de grootste werkgevers in de stad én als wethouder.

In 1869 was hij als boerenzoon geboren in Schellinkhout. Omdat hij niet de oudste was, kon hij niet het familiebedrijf overnemen. Na de lagere school werkte hij wel een tijdje met zijn vader, maar op zijn 21e kocht hij café De Rode Leeuw in Aartswoud. Dat verkocht hij negen jaar later, om zelf hotel Ossen aan de Oude Haven in Enkhuizen over te nemen.

Stapel liet voor schip stuk uit kademuur hakken
De naam van het hotel, op de hoek van Dijke en Tussen Hel en Vagevuur, veranderde hij in hotel Stapel. Maar in een rap moderniserend Nederland waren er voor de ondernemende Stapel veel meer mogelijkheden. Hij richtte met G. Schild Jzn en mr. C.P. Donker de Enkhuizer Bouwmaatschappij op.

De drie mannen kochten een stuk grond bij de Westerkerk dat toebehoorde aan de familie Igesz, die daar een stalhouderij had. Het bedrijf legde hier een straat aan en bouwde huizen. Die werden verkocht en de straat werd aan de gemeente gegeven, om in 1906 de naam Semeynstraat te krijgen.

In 1903 volgde een tweede project. Bij een openbare verkoop - in hotel Stapel! - kocht het trio de werf aan de Paktuinen van de familie Lastdrager. Oorspronkelijk wilden ze ook hier woningen bouwen, maar de plannen veranderden. Stapel realiseerde zich dat je wel huizen kunt bouwen, maar dat je dan ook moet zorgen voor werkgelegenheid in je stad.

Hij overtuigde zijn medefirmanten, nam ook het bedrijf van de familie Lastdrager over en werd scheepsbouwer. Met succes. Stapel kon goed verkopen en binnen de kortste keren liepen er tachtig in plaats van de oorspronkelijke acht personeelsleden op de werf rond. Hij begreep dat hout ouderwets was en haalde Friese arbeiders die met ijzer konden werken. Al in het eerste jaar kreeg hij een order voor een ijzeren schip.

Doortastend

Stapel ging altijd doortastend te werk. Een nieuw schip kon net niet door de sluis bij de Drommedaris. Geen nood, Stapel liet gewoon een stuk uit de kademuur hakken. Hij repareerde de muur wel, maar de burgemeester was 'not amused'.

In 1914 trokken Donker en Schild zich terug. Stapel maakte van zijn bedrijf nu een naamloze vennootschap: de NV Werf Vooruit. Een van de aandeelhouders was de heer Emmerling, directeur van de Wed. S. Lakenman en Zoon's Bank NV. De band tussen bank en scheepswerf was zeer nauw. Voor de scheepsbouwer was dit gemakkelijk, zijn klanten konden bij de bank moeiteloos een hypotheek krijgen. Toch werd die innige omhelzing bijna een dodelijke, toen het faillissement van de bank in 1936 ook bijna het einde van de NV Werf Vooruit betekende.

Inmiddels hadden de twee zoons van Kees Stapel, Cor en Gerrit, de leiding van het bedrijf overgenomen. Er waren nu twee scheepswerven, de werf in Enkhuizen en een werf in Spaarndam. Met de grootst mogelijke moeite overleefden de twee broers het faillissement van hun huisbankier. De werf aan de Paktuinen ging daarbij over in andere handen.

Stapel senior hoefde dit gelukkig niet meer mee te maken. Hij was toen net overleden.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube