Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Zilver voor onverwoestbare smid Nieman

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Leendert Nieman in zijn smederij, rond 1946
Leendert Nieman in zijn smederij, rond 1946
Op 17 maart 1947 besloot de gemeenteraad de zilveren gemeenteme- daille uit te reiken aan de Leendert Nieman. Op 1 april was de heer Nieman 60 jaar smid. De burgemeester vond dat een mooie aanleiding hem in het zonnetje te zetten.

De raad was het met burgemeester Haspels eens. Mevrouw Binnert-Scherpstra juichte het vooral toe, omdat een handwerksman deze hoge onderscheiding kreeg. Maar, vroeg zij zich af, wethouder de Vos had in 1935 een gouden medaille gekregen. Waarom het verschil?

Ook raadslid Rodenburg had weinig op het voorstel van B&W aan te merken. Nieman had in de oorlog geweigerd voor de Duitsers te werken, dus dat was dik in orde. De reactie van de burgemeester op de opmerking van raadslid Binnert-Scherpstra was nogal pragmatisch. Goud was niet te krijgen, en, vond de burgemeester, een gouden medaille moest eigenlijk een uitzondering blijven. Bovendien kostte een zilveren medaille toch ook al twintig gulden. Je hoort Haspels denken: 'Het is wel mooi zo.' Wethouder Roosendaal vond dat iedereen met dezelfde medaille geëerd zou moeten worden.

Leendert Nieman (1875-1974) werd omschreven als een boomlange man met handen als bankschroeven. Hij moet een onverwoestbare gezondheid gehad hebben. Hij werkte nog in zijn smederij toen hij al 95 was. Hij is 99 jaar geworden.

Zijn smederij op Breedstraat 158, nu een restaurant, had door de enorme blaasbalg en het vele gereedschap, dat overal hing en lag, de uitstraling van een museum. De eerste jaren had hij veel opdrachten van vissers. Honderden ankers heeft hij gemaakt. Eén van zijn klanten had een winkel in de Warmoesstraat in Amsterdam, die kocht er wel zes a zeven per week.

Later legde Nieman zich toe op siersmeedwerk. Hij rekende toen ook al niet meer de volledige prijzen. Als er een monument gerestaureerd werd en er waren nieuwe muurankers,of deurhengsels nodig, dan deed men vaak een beroep op Nieman. Vanwege zijn vakmanschap, maar ook omdat hij wel wilde helpen. Hij smeedde eigenlijk voor zijn plezier.

Het was maar goed dat de familie Nieman - er waren zes kinderen - nog een bedrijf had. In maart 1900 opende hij, samen met zijn vrouw, een 'ijzerwinkel'. Van alles werd er verkocht, zeg maar van pannen tot kippengaas. Als het maar van ijzer was. Met die winkel werd het inkomen voor het gezin verdiend. Precies vijftig jaar later schreef de Enkhuizer Courant terecht dat de winkel vooral de zorg was van mevrouw Nieman. Onder haar leiding floreerde het bedrijf. De huidige pui van Westerstraat 30 - nu een filiaal van Zeeman - is daarvan nog het resultaat.

Dat Niemans vrouw een goed zakenvrouw was, had misschien wel met haar achternaam te maken: Blokker. Ze was de zuster van Jaap, de oprichter van de gelijknamige keten in huishoudelijke artikelen. Ondertussen smeedde Nieman verder. Voor verzorgingshuis Westerhof maakte hij de naam boven de deur. Daarnaast specialiseerde hij zich in kachelpoken. In een krantenartikel in 1968 beschreef hij hoe hij dit kunstsmeedwerk maakte. „Soms zit ik dagen te werken aan één pook, maar dat hindert niet. Ik heb alle tijd", zei hij. Hij was toen 93 jaar oud!

Bijna grinnikend vertelde hij in hetzelfde artikel dat één van zijn kachelpoken aan prinses Beatrix en prins Claus geschonken was. Een lid van de Vereniging van Huisvrouwen had een cadeau nodig voor de kroonprinses en dacht aan Nieman. Vandaar dat ook bij de open haard in kasteel Drakesteijn een mooie kachelpook van hem ligt.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube