Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Stapel was bewogen maar eigenwijs bestuurder

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: klaas koeman en paul gutter

Stapel was bewogen maar eigenwijs bestuurder
Kees Stapel was niet alleen hoteleigenaar en scheepsbouwer te Enkhuizen, maar ook politicus in hart en nieren. Van 1901 tot zijn dood in 1936 was hij raadslid en in 1919 werd hij ook wethouder.
Hotel Stapel was een trefpunt van politiek Enkhuizen. De radicale socialist Jan van Dok kwam er, maar ook het liberale Kamerlid Antonie Roodhuyzen. Ook G. Schild Jzn, compagnon van Stapel en mederaadslid, zal van de partij geweest zijn.

Stapel was bewogen maar eigenwijs bestuurder
Stapel was voorzitter van de liberale kiesvereniging Kiesrecht is Kiesplicht en lid van de Vrijheids Bond. Een kleine vooruitstrevende liberale partij die onder andere sociale voorzieningen en gelijke rechten voor man en vrouw bepleitte. Zeker in die tijd zeer progressieve standpunten.

Daarnaast had Stapel een flink aantal bestuurlijke nevenactiviteiten. Zo was hij voorzitter van de Vereniging tot Bevordering van Getrouw Schoolbezoek. Een belangrijke vereniging in een tijd dat vooral arme ouders hun kinderen vaak thuis hielden of wat extra geld voor het gezin lieten verdienen.

Ondanks het feit dat Stapel scheepsbouwer was, had hij niet zo veel met schepen. Zwemmen kon hij niet. Proefvaarten waarbij hij mee moest, werden in ondiep water uitgevoerd. Als boerenzoon hield hij wel veel van paarden. Hij was dan ook zeer actief in de Enkhuizer Harddraverijvereniging. Mede dankzij zijn inzet kwam de vereniging tot grote bloei en bestaat deze nog altijd.

Stunts

Ook bij grote tentoonstellingen, zoals de landbouwtentoonstelling in 1904 en de Zuiderzee Visscherij Tentoonstelling in 1930, zat Stapel in het bestuur. Ondanks zijn sociale bewogenheid kon hij wel verschrikkelijk eigenwijs zijn. Bovendien haalde hij als ondernemer soms stunts uit die hij als politicus eigenlijk niet kon maken.

Zo waren de kantoren van zijn scheepswerf gevestigd in een prachtig achttiende-eeuws pand aan de Paktuinen. De entree was een uniek poortje dat zelfs nog een eeuw ouder was. In 1912 kreeg Stapel het opeens in zijn hoofd om dat poortje te verkopen. Het stond daar maar en niemand had er wat aan. En de antieke gevel van zijn woonhuis aan de Westerstraat 158 kon dan ook wel meteen verkocht worden.

Niet alleen de stad Enkhuizen, maar heel monumentenminnend Nederland vielen over hem. Zowel burgemeester Hoytema van Konijnenburg als jonkheer Van Riemsdijk, directeur van het Rijksmuseum, probeerde hem op andere gedachten te brengen.

Maar Stapel trok zich er niets van aan. Als dat poortje zo belangrijk was, dan wilde hij wel een betonnen kopie maken om neer te zetten. Maar verkopen zou hij. In 1914 verkocht hij inderdaad het origineel en verschafte een betonnen kopie voortaan toegang tot de werf.

Wonderlijk genoeg betekende deze manoeuvre wel de redding van het monumentale poortje. Het origineel werd gekocht door mr. J. de Vries van Doesburg. Die ruilde het weer met het Rijksmuseum voor drie kussens die het museum had gekocht uit de boedel van zijn nicht Maria Snouck van Loosen.

Jaren later schonk het Rijksmuseum de poort op zijn beurt aan het Zuiderzeemuseum. Daar staat het nog altijd op de binnenplaats. De kopie is vernietigd tijdens een bombardement in de Tweede Wereldoorlog. Stapels woonhuis Westerstraat 158 behield wel zijn gevel. Stapel verkocht het hele pand aan huisarts Corts. Zijn kleinzoon zorgde ervoor dat tegenwoordig de vereniging Oud Enkhuizen in het pand zetelt.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube