Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

De tumultueuze verkiezingen van 1901

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: door klaas koeman en paul gutter

De tumultueuze verkiezingen van 1901
De Europese Verkiezingen staan weer voor de deur. Maar of ze in Enkhuizen net zoveel ophef zullen veroorzaken als de Tweede Kamerverkiezingen van 1901 valt te betwijfelen. Jaren later kon oud-Kamerlid én journalist Antonie Roodhuijzen er nog kwaad over worden. In 1927 schreef hij er een uitgebreid commentaar over in zijn krant 'Het Vaderland'. Hij vond dat de liberalen toen te grazen waren genomen door de christelijke partijen.

Wat was er aan de hand? Om de gebeurtenissen te kunnen volgen, enkele opmerkingen vooraf. Nederland kende nog het districtenstelsel. Per district werd één afgevaardigde naar de Tweede Kamer gestuurd. Het district Enkhuizen omvatte ongeveer oostelijk West-Friesland.

De negentiende eeuw was de eeuw van de liberalen, pas aan het einde van de eeuw kregen ze concurrentie van de protestante ARP en CHU en de katholieke Staatspartij. De links-rechtsverdeling liep niet parallel met progressief-conservatief. Links betekende niet-confessioneel (liberalen en eerste socialisten), rechts was confessioneel (protestants of katholiek). Enkhuizen gold als een liberaal district. Toch waren de liberalen niet in de meerderheid. Vooral in de dorpen woonden veel katholieken. In Enkhuizen was een grote groep protestantse kiezers. De confessionelen groeiden.
Maar de wereld veranderde. Onder leiding van predikant en staatsman Abraham Kuyper waren de confessionele partijen gezamenlijk de schoolstrijd begonnen. Op landelijk niveau werkten de protestanten en katholieken samen. Dat moest ook op plaatselijk niveau gebeuren.

Voor de verkiezingen van 1901 benoemden de confessionelen een protestante kandidaat: Nanne Sluis, een van de oprichters van Sluis en Groot. In Enkhuizen was die kandidatuur uiteraard geen probleem. Maar de hele roomse geestelijkheid moest er in de streek aan te pas komen om de katholieke kiezers ervan te weerhouden een eigen katholieke kandidaat te benoemen, en ze te dwingen op een ARP'er te stemmen.

De priesters en kapelaans werden daarbij gehinderd door het nieuwe couloirstelsel. De kiezers kregen tot dan toe hun biljet thuisgestuurd. Het was de gewoonte dat de pastoor de ingevulde biljetten op kwam halen en ze zelf, na controle, naar het stadhuis bracht. Dat kon nu niet meer, want de kiezer moest naar een stemlokaal. Zonder inmenging van buitenaf. De pastoor was baas in de kerk, maar niet in de 'kiesvereniging' werd toen vaak gehoord.

Er moest een zwaarder middel ingezet worden. Men riep de hulp van W. C. J. Passtoors in, een begenadigd spreker. Hij overtuigde de katholieke stemgerechtigden ervan dat ze op Sluis moesten stemmen, anders zou hij, Passtoors, zeker zijn zetel verliezen in Beverwijk.
Hij was afhankelijk van protestante kiezers. En die zouden zeer geïrriteerd reageren als ze zouden horen van een weigering van katholieken om op een protestant te stemmen. Er zouden dan twee zetels voor rechts verloren gaan.

Het lukte, voor het eerst werd een christelijk politicus voor het district Enkhuizen gekozen. Nanne Sluis kreeg een zeer krappe meerderheid van maar 27 stemmen. Na vier jaar namen de liberalen wraak. Na een weinig opzienbarend optreden in de Kamer verloor Sluis in 1905 de verkiezing tegen een van de zware kanonnen van de vrijzinnig liberalen: Goeman Borgesius.

Roodhuijzen zelf kon in 1913 zijn gram halen. Hij won in het kiesdistrict Leiden van ARP'er Colijn: inderdaad, de broer van. Vier jaar later kon deze Colijn op zijn beurt weer een beetje wraak nemen. Hij won nu wel een Kamerzetel: nota bene die van het kiesdistrict Enkhuizen.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube