Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Laatste echte Enkhuizer veldschuit in museum

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Laatste echte Enkhuizer veldschuit in museum
Op zaterdag 12 mei 1952 was de overdracht van een plezierschuit. Het was het cadeau van de Enkhuizer bevolking aan het Zuiderzeemuseum. Het comité De Veldschuit, onder leiding van de heer Schildstra, droeg het bootje over aan Vereniging Vrienden van het Zuiderzeemuseum.

De vereniging, vertegenwoordigd door de heer Sybrandy, droeg het op zijn beurt weer over aan het museum. De directeur van het museum de heer Bouma aanvaardde het geschenk onder dankzegging. Na afloop van de plechtigheid werd met enkele dames nog een stukje in de Oosterhaven gezeild.

Het idee om een plezierschuit te laten bouwen gebeurde op initiatief van het bestuur van de vereniging Oud Enkhuizen. J. J. Schildstra en CC. Groot waren de gangmakers.

In de negentiende eeuw hadden veel Enkhuizers zo'n schuitje. Een tochtje in het veld was een normale en prettige manier om met familie de zondagmiddag door te brengen. Veel theehuizen in de Boerenhoek hadden een schuitenhuis voor de schuit.

De scheepjes waren iets langer dan de veldschuiten waarmee de boeren en tuinders werkten. Ze waren netjes geschilderd en hadden een visbun. Zoals alle schuitjes hadden ze een spriettuig, maar de plezierschuiten hadden ook een fok.

Nog een aansprekend luxedetail van zo'n schuit: onder de zeilbank hoorde een met koper gevoerd kastje voor de gloeiende kooltjes voor het stoofje waarmee thee gezet kon worden. Aan de andere kant van de mast was plek voor een vaatje met water. Achterin en onder de voorplecht bevond zich een servies en proviand. Veel schuitjes hadden zelfs een apart laatje voor de lange goudse pijpen.

Ingepolderd

Maar de plezierschuiten waren verdwenen. Hét vaar- en viswater voor de Enkhuizers was de Oude Gouw geweest. Die was in de jaren zeventig van de negentiende eeuw jammer genoeg ingepolderd. Ook waren de veeboeren uit de vaarpolder Het Grootslag verdwenen. Er werd nu groente in de polder verbouwd. En tussen de aardappels, uien en bonen kon je niet picknicken. Enkhuizen was een van de laatste steden waar het begrip 'stadshoer' nog in de praktijk werd gebracht.

Er was geen enkel schuitje meer over. Alleen de ijzeren geteerde bootjes van de bouwers voeren nog door de stad en de polder. De nieuwbouw van zo'n authentiek bootje kon nog net. Er waren nog Enkhuizers die wisten hoe zo'n schuitje eruit zag en... er waren nog schuitenmakers die zo'n houten bootje konden maken.

Het Enkhuizer schuitje is in de werkplaats van Jordens in Broekerhaven gemaakt. Jordens, hij was al in de zeventig, maakte het bootje voor de kostprijs. Hij had er plezier in om weer eens zo'n ouderwets houten scheepje te maken.

Smeedwerk

De zeilmaker Frankfort uit de Breedstraat maakte het tuig en de schilders Bloemendaal, de Vries, Telles en Putting zorgden ervoor dat het scheepje piekfijn in de verf kwam. Het smeedwerk was uiteraard van smid Nieman.

Probleem was nog wel hoe aan het hout te komen. Jorden had eiken planken nodig van meer dan zestien voet lang (de scheepsmaker rekende nog in voeten en duimen).
Gelukkig bracht de bekende jachtbouwer Van der Stadt uit de Zaanstreek uitkomst. Hij schonk de benodigde vier meter lange planken.

Jordens heeft het schuitje op traditionele wijze gebouwd. De planken werden nog geboegbrand. Met bosjes brandend stro werden de planken kromgetrokken, zodat ze zonder spanning op de spanten gezet konden worden. „Als het ijzer was, was het eenvoudiger geweest: een klap en het was voor elkaar", luidde het nuchtere commentaar van zijn zoon.

Dat ijzer is inmiddels ook al weer geschiedenis. Door de ruilverkaveling veranderde Het Grootslag van een vaarpolder in een rijpolder en werden de bouwerschuiten overbodig. Hier en daar zijn ze nog wel te vinden, in gebruik als... plezierschuiten!


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube