Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Beteuterd kijken naar een ophaalbrug

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Beteuterd kijken naar een ophaalbrug
Op woensdag 16 augustus 1950 's avonds om 7 uur braken de balanspriemen, zeg maar de 'armen' van de Kat- en Hondsbrug. Met een daverende klap sloeg de balans zelf - gevuld met tweeduizend kilo oud ijzer - tegen de hamei, het staande gedeelte van de brug.

Andere stukken van de armen plonsden in het water. Dat er geen slachtoffers gevallen waren, was een wonder.

De heer Joustra reed net met zijn brommer onder de brug door. Hij was nog op het brugdek toen de hele constructie naar beneden kwam. Het scheelde centimeters. Om 6 uur hadden twee medewerkers van de havendienst de brug nog opengedraaid om een schip door te laten. Nog geen uur daarvoor had een groepje kinderen voor op de brug zitten vissen...

's Avonds stonden twee beteuterde bestuurders naar de droevige restanten van de ophaalbrug te kijken: Kofman, de wethouder van Openbare Werken, en het raadslid Roosendaal. Ze konden weinig anders doen dan de rommel laten opruimen. Met de drijvende bok van de scheepswerf werden de balken uit het water gevist.

Natuurlijk kondigde de gemeente onmiddellijk een onderzoek aan. De twee havenbeambten waren door een omstander al gewaarschuwd dat na het dichtdraaien van de brug de evenaar er niet horizontaal op lag. De mannen hadden wel even gekeken, maar volgens hen kon het geen kwaad. Toch hadden ze hun chef, havenmeester Poorta, gewaarschuwd. Die zou even kijken, maar net op dat moment was een schipper het kantoor binnengekomen en Poorta stelde het onderzoek aan de brug even uit. Toen hij tijd had hoefde het niet meer.

Het zou kunnen dat een van de trekstangen het begeven had, meldde de Nieuw Enkhuizer Courant, en dat daardoor de brug uit zijn verband getrokken was. Maar eigenlijk hadden de wakkere journalisten 's avonds al door wat de oorzaak van het drama was geweest. Het hout van de brug dat op de straat lag, was totaal verrot. Onder de verf voelde het aan als een nat poeder. De gemeentearbeiders die een paar planken op het afgebroken gedeelte wilden timmeren om de brug af te sluiten, konden niet eens een stevig plekje konden vinden om er een spijker in te slaan!

Verontwaardigd schreven de kranten dat nog geen twee jaar geleden de brug opgeknapt was. De hele brug was netjes in de verf gezet. Het was schijnbaar niemand opgevallen dat de brug totaal verrot was!

In de raadsvergadering van 9 oktober werd uitgebreid over de kwestie gediscussieerd. Links probeerde natuurlijk hun 'vijand' - de directeur van de dienst gemeentewerken, de heer Ybema - de zwarte piet toe te schuiven.

Rodenburg, hij was in 1948 zelf verantwoordelijk wethouder, beweerde ten stelligste dat een waarschuwing van de stadstimmerman en de smid door Ybema was gebagatelliseerd. Als wethouder had hij van de directeur de mededeling gekregen dat de brug nog wel jaren mee kon!

Men kwam er niet uit. Uiteindelijk besloot de raad het schrijven van B en W over het ongeval maar voor kennisgeving aan te nemen. Van reparatie van de oorspronkelijk ophaalbrug kwam het nooit. Nog jaren stond de brug er onttakeld bij. Alleen de hamei was er nog, totdat die ook maar gesloopt werd.

Pas in 2007 kwam er een nieuwe brug. Geen ophaalbrug, de brug werd zo hoog dat je eronderdoor kon varen. Varen wel, dachten veel Henkuzers, maar eroverheen fietsen?


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube