Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Liefst iedereen laten doorlichten tegen TBC

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De stands op de Oud Hollandsche Markt op het Zuiderkerkplein, 1929.
De stands op de Oud Hollandsche Markt op het Zuiderkerkplein, 1929.
„Maar maandag was het natuurlijk mis en toen kwam weer het vreselijke en kwam er weer bloederigheid mee aan de slijmen. Dat was weer een schrik", zo schreef Guurtje Garms over de ziekte van haar moeder in 1915. Haar moeder was al een tijd ziek.

In het jaar daarvoor had Guurtje geschreven: 'Moeder was in 't begin van de week wel weer wat vlugger, maar de laatste dagen was het weer zo verschrikkelijk. Hoesten en braken onophoudelijk. We werden er verlegen mee. O wat had ik het toch weer te doen, ik kon het niet helpen, ik moest onophoudelijk bidden en schreien en kon niet anders denken aan mijn moeder'.

Guurtjes moeder had TBC. Ze zou twee jaar later overlijden. TBC was volksziekte nummer één. In 1916, het jaar dat moeder Aafje Garms overleed, stierven er bijna zeven en een half duizend patiënten aan deze ziekte. Na de Eerste Wereldoorlog begon men de ziekte te bestrijden. Kinderen kregen nu het 'hand voor je mond' te horen als ze hoestten of niesten. Op allerlei niveaus werd er geld ingezameld.

De postzegels met de afbeelding van koningin-moeder Emma is het bekendste voorbeeld van landelijke acties. Maar er waren' ook plaatselijke initiatieven. In Enkhuizen nam de arts Bekkering het voortouw.

Vanaf 1929 organiseerde hij Oud Hollandse Markten op het Boschplein. Enkhuizer bedrijven presenteerden zich in nagebouwde Oud Hollandse huisjes. Van de opbrengst werden speciale ligtenten gekocht. De enige remedie die men tegen TBC had was licht, lucht en levertraan. Door deze tenten kon de patiënt lang in de buitenlucht verblijven.

Een enkele keer kon het vervoer van een patiënt naar een speciaal sanatorium betaald worden.
De bestrijding van TBC was erg lastig. Iemand kon jarenlang besmet zijn, zonder het te merken. Betere woonomstandigheden en een hygiënischer levensstijl kon de ziekte voorkomen, dat besef was er, maar verder stond de medische wetenschap machteloos. Pas met de komst van het röntgenapparaat kon men aan een tijdige diagnose denken. Philips liet al zijn personeel en hun huisgenoten doorlichten. Natuurlijk was het reclame voor de gebruikte Philips-apparatuur, maar het dalende ziekteverzuim maakte grote indruk.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de TBC bestrijding onderdeel van de Wederopbouw van Nederland. TBC werd langzamerhand niet alleen de volksziekte nummer één, het werd ook de volksvijand nummer één. Overal werden consultatiebureaus opgericht om voorlichting te geven, patiënten en hun families te ondersteunen en bevolkingsonderzoeken te doen.

In 1950 vroeg het Enkhuizer raadslid Boeder in een raadsvergadering of niet alle bewoners doorgelicht konden worden. Een aantal bedrijven had hun personeel laten onderzoeken maar men had de haard van de recente besmettingen nog niet gevonden. De burgemeester maande tot geduld. Binnenkort zouden er betere en snellere Röntgenapparaten komen. Bij die nieuwe machines hoefde je bijvoorbeeld je kleren niet uit te trekken. En, maar dat zei hij niet hardop, het consultatiebureau kon een nieuwe toevloed van patiënten nu nog niet aan.

Een paar jaar later kon de burgemeester Admiraal in zijn Nieuwjaarsoverzicht tevreden melden dat bijna iedereen onderzocht was. In 1953 was er een wet aangenomen die bepaalde dat alle Nederlanders zich regelmatig moesten laten doorlichten. In Enkhuizen was dat gelukt: er waren maar 48 principiële weigeraars.

In datzelfde jaar werd er een medicijn tegen de ziekte gevonden. Nog even en 'teringlijder' zou alleen maar een scheldwoord zijn.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube