Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

De bijna-ramp met reddingsboot K.F. Sluys

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
De reddingsboot K. F. Sluys in actie, 1960
De reddingsboot K. F. Sluys in actie, 1960
De Enkhuizer bankdirecteur J. Aarents - voormalig koopvaardijoffïcier - en H. de Booy, secretaris en later voorzitter van de Noord- en Zuidhollandse Reddingsmaat-schappij, waren de initiatiefnemers voor een reddingsboot in Enkhuizen. Ze hadden succes, in 1944 werd deze gestationeerd.

Door de oorlog konden verschillende reddingsstations niet meer functioneren, er waren dus schepen over. Enkhuizen 'kreeg' de President Steyn uit Egmond. De Duitsers wilden wel dat de naam van het schip veranderd werd. President Steyn had een belangrijke rol gespeeld in de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, waar hij ook een eed van trouw aan de Engelse troon had gezworen. De naam van de boot moest het politiek neutralere reddingsboot Enk huizen worden.

In ieder geval werd het schip ingezet bij het redden en evacueren van bewoners van de Wieringermeer, toen de Duitsers die polder onder water zetten. Na de President Steyn werden er verschillende schepen in Enkhuizen gestationeerd. Tot grote ontevredenheid van de bemanning. Die waren het geruil en gewissel na verloop van tijd meer dan zat.

Voor Aarents en de Booy had havenmeester Poorta een overzicht gemaakt van strandingen en andere ongelukken die zich de laatste jaren voor de kust van Enkhuizen hadden voltrokken. Uiteraard moest die lijst de noodzaak van een reddingsboot in Enkhuizen aantonen. In 1938 bijvoorbeeld vermeldde de lijst van Poorta negentien incidenten. In januari was een sleepboot met een baggermolen en twee bakken in de problemen geraakt. Het hele spul was door vletterlieden - lees sjouwhaalders - binnengebracht.

Een maand later kwam de ms. Jaweg in de problemen. Het schip liep uit zijn roer door het draaien van de Urker boot en het voorbij varen van nog een aantal veerschepen in de haveningang. Met volle snelheid had het zich in de Urkerboot geboord. Verder liepen er regelmatig jachtjes en vrachtschepen op de Kreupel en andere zandbanken. Ze werden weer vlotgetrokken door collegaschippers of vissers die toevallig in de buurt waren.

In de eerste oorlogsjaren liep het aantal incidenten fors terug. Het scheepvaartverkeer over het IJsselmeer was duidelijk afgenomen. Een dramatisch dieptepunt was het met man en muis vergaan van de ss Stanfries IX in 1943. De twee korte zinnetjes van Poorta: 'De geheele bemanning van de Stanfries is omgekomen. Krachtige booten waren niet in de haven aanwezig", zeggen voldoende.

In 1948 werd de K.F. Sluys in Enkhuizen gestationeerd. Zij was speciaal ontworpen voor reddingswerk op het IJsselmeer en de ondiepten van het Enkhuizerzand. Het zou tot 1971 in Enkhuizen blijven. Mejuffrouw M. A. Sluys had de hele bouw van het schip betaald om haar vader - admiraal K.F. Sluys - te gedenken.

Bouke Jeltes was jarenlang de schipper van de reddingsboot. Hij herinnerde zich dat de tewaterlating van de K.F. Sluys zelf bijna op een ramp was uitgelopen. Een stalen kabel brak en zwiepte vlak over de hoofden van de genodigden. Die hadden niet in de gaten aan wat voor gevaar ze ontsnapt waren. Eigenaar van de werf Gerard de Vries Lentsch had het wel gezien. Doodsbleek was hij geworden.

De Noord- en Zuidhollandse Reddingsmaatschappij had voor de schepen gezorgd, de dagelijkse leiding was in handen van Vereniging tot Aanmoediging der Redding van Schipbreukelingen. Om de onderlinge verstandhouding goed te houden werd er één keer per jaar samen gedineerd, de vereniging, de plaatselijke afdeling van de Noord- en Zuidhollandse Reddingsmaatschappij en de bemanning van de reddingboot. In Die Port van Cleve uiteraard.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube