Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Gemeente wil stankprobleem aanpakken

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: klaas koeman

Gemeente wil stankprobleem aanpakken
's Zomers was het Venedie in Enkhuizen bijna onbewoonbaar, zo verschrikkelijk stonk de gracht. Het regende dan ook klachten van bewoners. Zelfs het dichthouden van de ramen hielp niet.

In de begrotingsvergadering van de gemeenteraad werd in 1884 het voorstel gedaan de gracht te dempen. De bewoners waren dan eindelijk van de stank af en het verbrede Venedie zou een mooie verbindingsweg worden tussen de stad en het nieuwe treinstation.

Argumenten die in het verlengde lagen van een vorm van monumentenzorg of beschermd stadsgezicht kwamen er niet aan te pas. Voor de liberalen, toonaangevend in de tweede helft van de negentiende eeuw, betekende slopen vooruitgang. Op die manier werd immers ruimte gecreëerd voor nieuwe ontwikkelingen.

Gemeente wil stankprobleem aanpakken
De Koepoort bijvoorbeeld vonden ze hinderlijk in de weg staan. In 1871 schreef de liberale Enkhuizer Courant dat er tot haar spijt geen plannen voor de sloop van de Koepoort in de gemeentebegroting stonden. Dit 'nodeloze trekgat zou nog vele jaren het oude aanzien van Enkhuizen helpen verhogen'.

Ook in Hoorn sprak men smalend over Enkhuizen. Daar had de stad nog steeds haar Vest 'als een knellend korset'. Hoorn, moderner en vooruitstrevender, had bijna alle poorten en wallen gesloopt. In Enkhuizen was het ruimtetekort minder nijpend. Tot ver in de twintigste eeuw was er binnen de Vest bouwgrond te vinden.

Een van de weinige keren dat er in de gemeenteraad fel gediscussieerd werd over een monumentaal pand was toen het Zeekantoor op de agenda stond. Dat gebouwencomplex, ook wel Prinsenhof of Patershof genoemd, omvatte de Munt, de Nutszaal, de Nutsbank en de toenmalige HBS.

In 1873 was er in de raad een ruzie over het onderhoud. Een meerderheid had besloten dat dit onderhoud - het gebouw stortte bijna in! - door de gemeente betaald zou moeten worden. Een minderheid was daar tegen. Deze raadsleden vonden dat de huurder, Concordia, de rekening moest krijgen.

De emoties liepen hoog op toen uitkwam dat alle voorstemmers lid waren van datzelfde Concordia. Het leidde zelfs tot tussentijdse verkiezingen. Maar in dit conflict waren er geen monumentenbeschermers. Het had meer te maken met de felle strijd tussen de liberalen en de confessionelen en tussen liberalen onderling. Vijfentwintig jaar later had de HBS een nieuw gebouw nodig. Zonder noemenswaardige discussie verdween het aloude Zeekantoor.
Het Venedie was op dat moment nog steeds een gracht. De raad had weliswaar in 1884 besloten het Venedie en de Karnemelksluis te dempen, maar er was geen geld. Toen de Vereniging tot Werkverschaffing voorstelde het Venedie als werkeloosheidsproject te dempen, had de raad daar uiteraard wel oren naar. Dit was de goedkoopste oplossing. Een jaar later, in de winter van 1899-1900, werd met het dempen begonnen.

Uiteraard juichte de Enkhuizer Courant. Eindelijk zou dit open riool verdwijnen. Maar... toen de bomen eenmaal gekapt waren, werd een vreemde koude kale straat zichtbaar. Veel Enkhuizers vroegen zich af: “Hebben we niet te vroeg gejuicht?”. Er was 'een echt typisch Hollandsch stadsgezicht' verloren gegaan, schreef dezelfde Enkhuizer Courant.

Natuurlijk stelde de redactie “dat het moderne stadsleven dit soort ingrijpen eiste”. Maar de krant was toch wel blij dat in het midden van de straat een bloemenperk aangaf waar de gracht ooit geweest was. Want het was toch ook wel een beetje zonde dat die gracht en de bomen nu verdwenen waren.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube