Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Verzet krijgt toch een plek in straatnamen

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Piet Rodenburg omstreeks 1950
Piet Rodenburg omstreeks 1950
In 1954 was er nog geen sprake van. Rodenburg kon praten wat hij wilde, maar Plan Noord zou de Bloemenbuurt worden. Er moest een Azaleaplein komen met daaromheen straten met namen als de Rozenstraat en de Begonia-, Seringen-, Violen-, Dahlia-, Fresia-, Anjer-, Anemonen- en Chrysantenstraat. Burgemeester Admiraal was het met zijn raad eens. In één wijk straten naar bloemen en verzetsmensen vernoemen, dat werd een rommeltje.

Rodenburg was teleurgesteld. Hij werd bijna emotioneel toen hij de raadsleden erop wees dat als de verzetsmensen er niet geweest waren, er straten in de stad zouden zijn geweest met namen als de Mussertstraat, de Feldmeijerstraat of zelfs een Goering- of Hitlerstrasse!

Maar de raad hield aan het oorspronkelijk plan vast, hoe sympathiek men Rodenburgs voorstel ook vond. Misschien kon er een bord met de namen in het stadhuis of op het oorlogsmonument komen, dan konden de namen van de piloten die op de begraafplaats begraven lagen daarop vermeld worden.

Vis - hij was zelf zaadteler -vond wel dat er andere bloemen vernoemd moesten worden. Er werden hier geen anjers of seringen geteeld. Hij stelde voor alleen bloemen te nemen die hier wel geteeld werden. Zo werd in zijn voorstel het Azaleaplein veranderd in het Tulpenplein. De raad ging met zijn voorstel akkoord.

Een jaar later waren de meningen 180 graden gedraaid. Op 4 mei 1955, tien jaar na de bevrijding, kwam de raad in een bijzondere zitting bijeen. Op de avond dat in het gehele land de doden herdacht werden, wilde de gemeenteraad van Enkhuizen speciaal diegenen herdenken die hun leven als illegale strijders gegeven hadden, aldus de burgemeester.

In aanwezigheid van familieleden van verzetstrijders hield hij een toespraak waarin hij inging op de motieven van het verzet. Er waren Nederlanders die van mening waren dat de verzetsmensen zich hadden laten leiden door een hang naar avontuur of tot hun daden gekomen waren uit pure haat tegen de bezetter. Niets was minder waar. De goede verzetstrijder was nuchter, bereid tot het offer en staalhard geweest. Natuurlijk, jammer genoeg was er ook kaf onder het koren geweest. Sommige overrompelende gebeurtenissen deden wel eens kwaad aan het selectieproces van de illegale werkers.

Er zullen Enkhuizers geweest zijn die dachten aan de reactie van de stad op het leeghalen van de IJsfabriek In de nacht van 18 op 19 november 1944. Velen vonden dat het verzet daarmee onverantwoorde risico's had genomen.

Maar een discussie werd er op die avond niet gevoerd. Burgemeester Admiraal droeg het gedicht van Geeske Wiersma voor dat begon met de regels:

Vergeet de dingen niet, die eens uw ogen zagen,
De klachten door uw oor éénmaal gehoord.
Gedenk de stervenden, die langs uw wegen lagen,
De fluister van hun laatste vrijheidswoord.
Vergeet de helden niet, die voor uw vrede vielen,
Het zijn er meer, dan gij wel hebt gedacht.
Gedenk de eenzamen, die alle dagen knielen
Bij graven vaak gedolven in de nacht.


De burgemeester verzocht de leden van de raad te gaan staan, terwijl hij het voorstel deed de volgende straatnamen te veranderen. Lobeliastraat werd Piet Smitstraat, de Dahliastraat de Gerrit Stapelstraat, Korenbloemstraat de Tom Kranenburgstraat, Gladiolenstraat de Dirk Wieringastraat. Chrysantenstraat de meester Fluitman-straat en de Salviastraat werd de Meester Hommesstraat.

Een bespreking van het voorstel hoefde niet. Alleen een ontroerde Piet Rodenburg nam het woord en dankte burgemeester en wethouders.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube