Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Dempen Kleine Put voor eerste industrieterrein

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Zicht vanaf de Zuiderdijk. Van links naar rechts: de daklozenhuisjes, de Kleine Put en op de achtergrond onder andere de Zuiderkerk, het station en de Drommedaris.
Zicht vanaf de Zuiderdijk. Van links naar rechts: de daklozenhuisjes, de Kleine Put en op de achtergrond onder andere de Zuiderkerk, het station en de Drommedaris.
Elke dag was het een enorme drukte op het station en in de treinen. De Grote Trek noemde de krant die dagelijkse arbeidsmigratie van Enkhuizen naar de Zaanstreek.

's Zomers was het minder druk. Niet vanwege de vakanties, die waren nog niet zo lang. Veel werknemers hadden nog een eigen bouwtje en dan moesten de aardappelen of tulpen gerooid worden. Veel bedrijven gaven de mogelijkheid zes weken verlof op te nemen.


Anne Mos - hij werd in 1955 door de Enkhuizer Courant geïnterviewd - had geen bouwtje meer. Hij reisde al een aantal jaren met nog acht Enkhuizers naar Wessanen in Zaandam. Zeven van hen hadden een vaste aanstelling en dat betekende de fel begeerde opname in het pensioenfonds van het bedrijf. De groep reisde niet met de overvolle treinen. Met een oude Citroen en later een jeep uit de Tweede Wereldoorlog reden ze elke dag heen en weer. Kort daarvoor had Wessanen geld voorgeschoten voor de aankoop van een VW-busje. Het zou niet lang meer duren of het busje was afbetaald en gezamenlijk bezit van de mannen geworden.

West-Friesland was officieel een achterstandsgebied. De regering gaf extra subsidies om te proberen meer industrie in de West-Friese steden te krijgen. Ook Enkhuizen deed zijn uiterste best bedrijven naar zich toe te trekken. In 1950 deed B en W de eerste voorstellen voor een industrieterrein in de stad. Ten zuiden van de spoorlijn lag een ongebruikt stuk land, daar zouden de nieuwe fabrieken zich kunnen vestigen.

Te weinig vakmensen

De gemeenteraad reageerde niet echt enthousiast. De PvdA bijvoorbeeld was ronduit tegen. Niet alleen hadden zij een heel ander terrein op het oog - een ingepolderd Kooizand was voor hun de ideale oplossing -, maar ze hadden ook weinig vertrouwen in de industrialisatie van Enkhuizen. Er waren hier gewoon te weinig vakmensen, meenden de socialisten. Waarschijnlijk speelden hun ervaringen uit de crisistijd mee. In de jaren dertig ging bijna de volledige Enkhuizer industrie ten onder. Andere raadsleden, zoals Vis van de ARP, waren minder pessimistisch. Er was hier een arbeidsoverschot en dus kwam de industrie vanzelf wel, zei hij.

Het toekomstige industrieterrein was nog lang niet geschikt om op te bouwen. De Kleine Put lag er nog, ooit ontstaan door het afgraven van grond voor de spoordijk. Die moest eerst gedempt worden. Een klus die de beperkte begroting van de gemeente bijna te boven ging. Het kon allemaal net door er een DUW-project van te maken. De uitvoering kwam dan in handen Van een soort werkverschaf-fingsdienst van de Rijksoverheid. De technische begeleiding van DUW-projecten werd vaak gedaan door de Heidemaatschappij. Grond was er wel. Toevallig breidde de veiling in Bovenkarspel uit, de klei die daarbij vrijkwam kon mooi in Enkhuizen gebruikt worden.

Het werk vorderde moeizaam, slecht weer zorgde voor glibberige klei. Soms viel er zoveel regen dat er zelfs regenverlet gegeven moest worden. Geharrewar over de betaling van de arbeiders - zelfs de Enkhuizer raad vond de lonen die de DUW betaalde te laag - zorgde ervoor dat lang niet altijd het maximale aantal arbeiders aanwezig was.

Uiteindelijk kon de directeur van Openbare Werken Ybema in de winter van 1951-1952 aan B en W melden dat de Put gedempt was. Maar daarmee was de gemeente er nog niet. Het terrein moest nog bouwrijp gemaakt worden. Drie en een halve ton zou dat gaan kosten. Gelukkig nam het Rijk meer dan de helft voor zijn rekening.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube