Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Zelfs de begrafenis was geregeld in Weduwenhuis

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: paul gutter en klaas koeman

Zelfs de begrafenis was geregeld in Weduwenhuis
Ze moeten erg genoten hebben, de bewoners van Westerstraat 73, het zogenaamde ‘Weduwenhuis’. In de zomer van 1929 gingen ze zomaar een dagje uit: een autorit naar Bergen nog wel, aangeboden door de beheerders van het huis.

Jammer genoeg kon niet iedereen mee, Grietje de Vries lag nog in het ziekenhuis, haar kamer zou nog jaren leeg blijven. Maar de anderen, de heer en mevrouw de Graaf, de weduwen Bouwman, Vlaar, Hondius, Buis, Schild en de heren Bruin en Vingerhoed, zullen hun ogen uitgekeken hebben.

Dankzij het testament van Johanna Margaretha de Vries kon er goed voor ze gezorgd worden. Een mooie kamer, elke week een uitkering en gratis medische hulp, zelfs de begrafenis was geregeld! Het is ook geen wonder dat elk jaar de verjaardag van de erflaatster gevierd werd. Elke 16de januari kwamen de twee beheerders en de bewoners bij elkaar om haar te gedenken. De bewoners kregen dan een extraatje. In 1930 kregen ze vlees, vet en een tulband. Voor de vrouwen was er ook een flesje ‘odeur’ en voor de mannen een kistje sigaren. Het werd allemaal in grote dankbaarheid aanvaard.

Het kistje sigaren duidt er al op dat de term ‘Weduwenhuis’ niet klopt. Nadrukkelijk had Mejuffrouw Johanna Margaretha de Vries in haar testament geschreven dat er “acht huisgezinnen, bejaarde of zwakke lieden, hetzij echtgenoten met of zonder kinderen, weduwnaars of weduws met één of meer kinderen, of ook ongehuwden” in haar huis opgenomen en verzorgd moesten worden. In de eerste jaren hebben er dus ook kinderen gewoond. De beheerders hadden wel bepaald dat die kinderen op 18 jarige leeftijd het huis moesten verlaten, maar er konden uitzonderingen gemaakt worden. Die uitzondering was er niet voor kinderen van de weduwe Bijl. In 1865 verlaten ze, met haar moeder, het huis. De moeder wilde absoluut bij haar kinderen blijven. Het is één van de weinige keren dat een bewoner uit eigen vrije wil weggaat.

De samenstelling van de groep eerste bewoners laat zien voor wie Johanna Margaretha haar huis bestemd had. Op 10 maart 1850 kon de weduwe van Gijsbert Nieuwland de voorkamer aan de Westerstraat betrekken, samen met haar moeder en kinderen. Willem Akkerman ging met vrouw en kinderen in de verbouwde keuken wonen. De weduwe Bart en haar moeder kreeg de Pachtkamer, maar ze moest wel accepteren dat de heren beheerders de Pachtkamer ook gebruikten voor hun werk. De beheerders namen de term huisgezin uit het testament ruim op. Privacy telde niet. De weduwe Bijl kreeg voor haar en haar kinderen de twee bovenkamers van het pand in de Westerstraat, maar had dan wel inwoning van de weduwe Bais. In de vroegere logeerkamer woonden de weduwe van Pieter Hokkeling met haar kinderen maar ook Pieter Kist en mejuffrouw Fabricius. Johanna Margaretha had in haar testament bepaald dat er acht woonruimtes in haar huis gemaakt moesten worden. In die acht kamers woonden in 1850 zestien volwassenen en een aantal kinderen.
De samenstelling van de groep bewoners van het Liefdesgesticht veranderde in de loop van de tijd. In 1939 bijvoorbeeld waren er geen kinderen meer. Er woonden toen vier echtparen en drie alleenstaande vrouwen, allemaal waren ze boven de zeventig.

De beheerders zorgden goed voor het huis en de bewoners. In 1866 werd er in de eerste kamer de ouderwetse bedstede gesloopt. Er kwam een modern en veel hygiënischer ijzeren ledikant. In de Eerste Wereldoorlog kregen bewoners een extra uitkering omdat het leven erg duur geworden was. In 1918 werden er in het pand gasleidingen aangelegd. De dure petroleumlampen konden nu weg. En vanaf 1929 hadden de bewoners elk jaar een uitje.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube