Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Bouwertjes vaak in de weer voor de vuilstort

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Bouwertjes vaak in de weer voor de vuilstort
Al eerder is in deze rubriek aandacht besteed aan de herinneringen van Piet Stavenuiter. Hij beschreef het Enkhuizen van zijn jeugd, met de reuring op straat en in de haven, de winkel van tante Aafje en de kermissen. In maart 1936 was het uit met die onbezorgde pret. Piet moest op de bouwerij van grootvader gaan werken.

Het was crisistijd. Dat betekende dat er hard gewerkt moest worden, terwijl de verdiensten erg laag waren. Vaak werd de oogst doorgedraaid en waren ze - grootvader, Piets vader en Piet zelf - voor de vuilstort in de weer geweest.

Ook het gebrek aan kennis speelde de bouwers parten; ze konden nog weinig doen tegen ziektes en ongedierte. Bovendien kwam in 1933 Hitler aan de macht in Duitsland. Hij zorgde ervoor dat de Nederlanders bijna niets meer in Duitsland konden verkopen. Op die manier wilde hij zijn eigen boeren beschermen. Het betekende nog meer armoede voor de bouwers in De Streek.

Op zijn eerste werkdag stond Piet 's ochtends om kwart voor zes voor de schuur van zijn opa aan de Noorderboerenvaart. Zijn vader had wat boterhammen, met een beetje boter en suiker belegd, in een krant gepakt en in een stukkezak gedaan. In de schuit stond al een stoof met smeulende briketten.


Bouwertjes vaak in de weer voor de vuilstort

Er moesten erwten gezaaid worden. Vader trok met een regelhaalder de regels open, Piet
zaaide de erwten (zo'n tien per meter) met een zaaibus en opa trok met een klauw de regels weer dicht. Om half negen was het konkeltijd. De mannen dronken thee in het koude en tochtige bouwersboetje en werkten dan weer door tot twaalf uur.

Opa had verschillende stukken land en dan waren de boetjes wat krakkemikkig. Bouwers met één stuk land besteedden meer aandacht aan hun boetje. Piet vergat zijn hele leven de kleur van de theepot niet meer: pikzwart, want er werd niet afgewassen. De pot en de kopjes werden aan het einde van de dag in de sloot omgespoeld. Schoonmaken had geen zin, ze werden toch weer smerig.

Het jaar van een bouwer had een vast patroon. Na de erwten werden de vroege aardappels gepoot. Dat ging niet zomaar, eerst moest koemest met kruiplanken en kruiwagens uitgereden worden. Met de greep werd die mest ondergespit. Dan moest de grond fijn gemaakt worden. Pas als dat gebeurd was, konden de aardappelen gepoot worden. Na de aardappels was het tijd om de tulpen in de grond te stoppen. Tulpen was een tamelijk nieuwe teelt, waar niet elke bouwer evenveel verstand van had. Piets grootvader had het altijd aan zijn zoon overgelaten. Tulpen verbouwen betekende ook in april schoffelen en in mei koppen.

Naast erwten, tulpen en aardappelen verbouwden de Stavenuiters allerlei soorten bonen. Ook dat vereiste veel werk. De tuinbonen zaten vaak onder de zwarte luis. Net zoals de erwten moesten de tuinboonplanten eerst gedroogd worden om ze daarna te kunnen kneppelen (dorsen). En alle soorten bonen moesten met de hand gelezen worden.

De producten werden verkocht op de veiling in Grootebroek. De aardappelveiling op de Oude Gracht in Enkhuizen was verlopen, in 1930 werd na bijna veertig jaar de veilingverenging opgeheven. De gebouwtjes werden gesloopt. Ook de nieuwe veiling aan de Burgwal, voor bloemen, groente en aardappelen, was geen lang leven beschoren, in 1930 werd het nieuwe veilinggebouw, Bloemlust, in gebruik genomen. In 1947 werd het al weer verkocht. De grote kopers bleven weg en de Stavenuiters moesten met hun aardappelen en tulpenbollen naar Grootebroek.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube