Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Garrut weet wel 'oe Henkuzers prate'

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Garrut weet wel 'oe Henkuzers prate'
In het aprilnummer van 1947 van De Speelwagen - het blad van de historische verenigingen in West-Friesland - haalde C. Woestenburg herinneringen op aan het Enkhuizen van zijn jeugd.

Vis werd toen nog in de open lucht geveild, schreef hij. Dat gebeurde voor het pakhuis van Eppie Blom bij de Blauwpoortsbrug. De havenmeester leidde een en ander in goede banen. Hij stelde haringtellers aan die de gevangen vis telden. Voor de veiling werd er aan de kooplieden medegedeeld hoeveel tal (200 vissen), last (50 vissen) en worp (4 vissen) onder de hamer kwamen.

Roelof H., een van die haringtellers, solliciteerde elk jaar met het volgende briefje. „Meneer. Alsdat ik weer graag eeringteelder wil weze. Het Ued. mijn nodig, me zeun sel op Suud verkere en dan zeit u maar, haal je vader jongen en dan kom ik derek. De groette van mijn en me vrouw."

Al schrijvend over de visserij, de haringvangst, de ansjovistijd en de bottijd, deelde Woestenburg, letterlijk tussen haakjes, een kat uit aan Gerhard Stavenuiter.

Dialect

Hij schreef: „Wat Gerhard Stavenuiter in zijn boekje 'Bij ons in Henkhuzen' ten beste geeft, is geen Enkhuizer dialect al lijkt het er hier en daar wel op." Dat liet de journalist natuurlijk niet op zich zitten.

Nog geen maand later stond er een bijdrage van Gerhard Stavenuiter in het blad, waarin hij niet alleen schreef dat hij de regels van de taalcommissie van de West-Frieze-Styk volgde, maar dat Woestenburg het Enkhuizer dialect naar eigen inzicht schreef. Oftewel hij deed maar wat.

Roelof H., schreef Stavenuiter, zou nooit 'verkere' gezegd hebben, 'lope' was het gewone woord. En 'dan' zei een Enkhu-zer ook niet, die zei 'den'. En daarmee kon de heer Woestenburg het doen.

Jarenlang schreef Stavenuiter onder het pseudoniem Garrut zijn Enkhuzer Kwartiertje in het Enkhuzer dialect. Zo pleitte hij voor een straatnaam voor generaal Piet Scholten, de enige Enkhuizer die het tot generaal geschopt had. In hetzelfde stukje pleitte hij opnieuw voor een Douwe Brouwerstraat. Hij vond het jammer dat burgemeester 'Aspels' de Oranjestraat niet mooi genoeg voor Brouwer gevonden had.

Weerbericht

In een 'Enkhuzer Kwartiertje' uit 1955 memoreert Garrut het afscheid van Ab Franx als melkboer. Het stukje had de prachtige kop 'Franx zette een punt achter zijn Melkweg'. Vijfenveertig jaar was de melkboer twee maal per dag zijn klanten langs gegaan. Hij voorzag ze daarbij niet alleen van melk, maar ook van een betrouwbaar weerbericht.

Als dank kreeg hij sigaren en een aansteker met inscriptie van zijn klanten. Het stukje eindig-
de met: 'Ik oop dat Franx deer nog langgebruuk van mag maken en den met plezier terugzei denken an die lange tied toen ie om zo te zegge eel wat in de melk te brokkelen ad. En degroete van Garrut.'

In het al genoemde boekje 'Bij ons in Henkhuzen', het verscheen in december 1945, schreef Gerhard Stavenuiter over het afwisselende vak van journalist bij een kleine krant. Zo'n journalist schreef over alles. 'In onze plaaselijke pers sting op ien dag: weekoverzicht, dagbetrachting, foetbalnuuws, plaasseluk nuuws 'n raadsbeskouwing weerin 'n wethouder 'nfeeg uut de pan kreeg omdot ie 'n bruun inplaasfon 'n swartpak an od in de raadsfer-gadering... Ondanks deuze bonte skakeeringfon nuuws, zei de lezer toch nog, 'r staat gien bliksem in die krant..."

Maar, zo eindigde Stavenuiter, „en toch is 't kranteskrive in honze stad 'n mooi fak... en dot is 't !!!!'


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube