Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Deur jongenszaal stond in Weeshuis altijd open

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Deur jongenszaal stond in Weeshuis altijd open
Het was met veel plezier dat J. Slot gehoor gaf aan de uitnodiging voor de re- ceptie bij het 400-jarig bestaan van het Weeshuis aan de Westerstraat. Op 22 september 1951 keerde hij terug naar Enkhuizen voor een dag vol herinneringen.

De inrichting van de regentenkamer met de oude meubelen en het goudleerbehang deden hem meteen terugdenken aan 8 september 1881, toen hij als 7-jarig jochie samen met zijn broer (9) door de regenten van het Weeshuis was ontvangen. Op dezelfde dinsdagavond had de moeder van het Weeshuis zijn zusjes - de jongste was anderhalf, de oudste elf - aan de regentessen voorgesteld. Hij zou er twaalf jaar blijven.

Deur jongenszaal stond in Weeshuis altijd open
Slecht heeft hij het in die tijd nooit gehad in het huis. Natuurlijk, de Weesvader, de heer Kemink, was zeer streng, 's Zondags mochten de kinderen na de kerkdienst uit. Maar eerst overhoorde de vader de vragen en de verzen die ze voor de catechisatie moesten leren. Als een jongetje haperde, moest hij binnen blijven en de stof opnieuw leren. Slot vond dat een zeer zware straf. Toch bleek hier het gelijk van de trainer: bij de catechisatie waren de weesjongens steevast de besten.

Midden in de jongenszaal stond 's winters een grote kachel. Maar echt warm was het er nooit, omdat de deur naar de gang wagenwijd open stond. Tijdens de zeer strenge winter van 1890 durfden de kinderen aan de vader te vragen of de deur dicht mocht. De heer Kemink vond het verzoek wel begrijpelijk, dat wel, maar de deur moest toch open blijven. Want als hij door de gang liep, wilde hij in één oogopslag kunnen zien wat er op de zaal gebeurde.

Het leven in het weeshuis voltrok zich met grote regelmaat. Na school mochten de jongens in de jongenszaal spelen of lezen. Ze hadden een eigen kastje voor hun speelgoed en een paar boeken. Er was ook een grote boekenkast. Kinderen die op de avondschool zaten, konden er hun huiswerk maken.

De oudere schoolgaande jongens hadden taken voor de Weesvader te vervullen. Zo moest jongetje Slot samen met Rijk Karemaker elke dag deeg brengen naar bakker Spangenberg, op de hoek van de Paulus Potterstraat en de Westerstraat. Dat werd daar gebakken. Achter in de tuin van het weeshuis was ook een grote moestuin die door de wezen onderhouden werd. Ook de varkens en de kippen achter in de tuin werden door de jongens verzorgd.

Hoogtijdagen
Er waren natuurlijk hoogtijdagen. Met Sinterklaas kregen de kinderen een groot stuk speculaas. En op kerstavond kregen ze in plaats van een gewone boterham een zogenaamde kerst-bol, groter dan hun bord en helemaal gevuld met krenten, zoetigheid en gesmolten bruine suiker. Maar de absolute topdag was toch wel 16 januari, de verjaardag van mejuffrouw Johanna Margaretha de Vries. Het werd op de dinsdagavond het dichtst bij die dag gevierd, omdat dinsdagavond de vaste vergaderavond voor de regenten en regentessen was. In de eetzaal werden de tafels opzij gezet om spelletjes te doen. Daarna, rond een uur of negen, ging men in feestelijke stemming aan tafel. Er stonden grote schalen met belegde broodjes, tulbands en taarten klaar, die door de regentessen bereid waren. In een toespraak werd mejuffrouw De Vries herdacht. Het 7-jarige weesje Slot snapte er allemaal niet zoveel van. Hij had meer oog voor de broodjes en de taarten, maar later begreep hij beter wat er gebeurde.

Na de maaltijd volgde nog een dansje en voerden de oudere kinderen een toneelstukje op. Voor de wezen was dit de mooiste avond van het jaar.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube