Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Echte propaganda voor de bedrijvige stad

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Echte propaganda voor de bedrijvige stad
'Enkhuizen, Hoeksteen van Westfriesland' heette het boekje op tijdschriftformaat dat Enkhuizen in 1955 uitgaf. 'Propaganda-uitgaven ter Bevordering van Vreemdelingenverkeer - Handel - Nijverheid - Industrie - Tuinbouw - Cultuur en Sport' stond er op de titelpagina. Met foto's, artikelen en advertenties probeerde het stadsbestuur Enkhuizen aan de man te brengen.

De redactie bestond uit K. Booneburg, hij werkte bij het Zuiderzeemuseum, S. Spoelstra, bestuurslid van de vereniging Oud Enkhuizen en Dr. S.BJ. Zilverberg, geschiedenisleraar aan de HBS. Een aantal sfeervolle foto's zijn van de Amsterdamse fotograaf Nico Zomer. Hij had al tijdens de oorlog foto's van Enkhuizen gemaakt in opdracht van de toen net opgerichte vereniging Oud Enkhuizen. Andere foto's zijn van Harry Bedijs.

De grote bedrijven hadden een volledige pagina voor hun advertentie gekocht. De papierfabriek v. d. Spruyt had de allereerste bladzijde. De hele zaadsector adverteerde paginagroot. De Gebroeders Sluis, de Gebroeders Vis, Sluis en Groot, Abraham Sluis, Van Dijk en Co; allemaal deden ze aan 'zaadteelt en zaadhandel'.

Bedrijven als Jan de Wit Meubelen, de Enkhuizer Houthandel, de Enkhuizer Scheepswerf en de Enkhuizer Banket- en Beschuitfabriek kochten een halve pagina.

De vereniging Oud Enkhuizen besloot helemaal geen advertentie te plaatsen. En dat terwijl er toch duidelijk op de titelpagina stond dat de uitgave met medewerking van de vereniging tot stand was gekomen. Te duur, vond men in de bestuursvergadering van juni 1955.

In zijn Ten Geleide noemde burgemeester Admiraal de sterke punten van zijn stad. Natuurlijk de oud-Hollandse bouwkunst, de karakteristieke Drommedaris, de pittoreske haven, het imposante stadhuis en het fraaie Peperhuis passeerden de revue. Maar, zo schreef de burgervader, er wordt in Enkhuizen niet alleen gemijmerd over het verleden. Met name noemde hij de zaadbedrijven én de tientallen vissers die op het IJsselmeer actief waren.

Eindelijk verkocht

Ook schreef hij heel voorzichtig: een aantal belangrijke industrieën bieden velen arbeid, een modern geoutilleerd industrieterrein is klaar gekomen, met gas, water, elektriciteit en telefoon! Toen hij zijn voorwoord schreef, wist hij blijkbaar nog niet dat hij binnen afzienbare tijd een verheugde gemeenteraad kon mededelen dat het hele industrieterrein eindelijk verkocht was.

In 'Enkhuizen, Hoeksteen van Westfriesland' staat dus wonderlijk genoeg een paginagrote advertentie van de gemeente Enkhuizen waarin een industrieterrein aangeboden wordt én een even grote advertentie waarin de Hollandse Draad- en Kabelfabriek aankondigde dat zij naar datzelfde nieuwe industrieterrein van Enkhuizen ging. Voor de goede orde: de fabriek kocht het hele terrein.

J. Zwaan behandelde het toerisme in de stad. 'Enkhuizen: museumstad' stond er in de titel. Over Enkhuizen als watersportcentrum werd nog niet gerept.

Drs. A. Schaper schreef in het laatste artikel over de economische betekenis van Enkhuizen. Hij noemde de sterke punten van de stad nog eens. 'De ligging van de stad is gunstig én aan het water én aan een spoorlijn én aan een verkeersweg. Er is hier nog een aanbod van arbeidskrachten', schreef hij.

In die jaren een zeer sterk argument. De kwaliteit daarvan zou zeker toenemen doordat er in 1955 een ambachtsschool geopend was. Het onderwijs aanbod was toch al ruim door de aanwezigheid van een christelijke en een neutrale ULO, naast de Rijks-HBS (A en B). Verder had Enkhuizen betekenis voor de hele regio door de aanwezigheid van een eigen ziekenhuis.

Op één punt schoot Enkhuizen tekort. Voor de hogere cultuurfuncties was de Enkhuizen aangewezen op centra als Hoorn en Amsterdam. Het was het enige minpuntje wat de schrijver kon vinden.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube