Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Zilveren vork spoorloos na koninklijk bezoek

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De ontvangst van Koningin Juliana en Prins Bernhard op het stadhuis. De koningin ontvangt van twee weeskinderen en twee dames van het oranje comité een plaquette van de Drommedaris. Links wethouder Visser en in het midden burgemeester Admiraal.
De ontvangst van Koningin Juliana en Prins Bernhard op het stadhuis. De koningin ontvangt van twee weeskinderen en twee dames van het oranje comité een plaquette van de Drommedaris. Links wethouder Visser en in het midden burgemeester Admiraal.
Het koninklijk bezoek van koningin Juliana en prins Bernhard aan Enkhuizen op 21 juni 1952 ging de geschiedenisboeken in als een succes. „Ik heb het hier bijzonder aardig gevonden", had de koningin bij het afscheid gezegd.

Het koninklijk paar had de lunch gebruikt op het stadhuis. Meyknecht van Die Port van Cleve had een eenvoudige maaltijd samengesteld. Zalm of kreeft op toast, kippensoep, ossentong, aardappelen en groente, fruit en mokka toe. Hij had zelfs achterhaald welke champagne en welke wijn de koningin en prins graag dronken.

Jammer genoeg was de lunch aanleiding tot enige onenigheid tussen de conciërge van het stadhuis, de heer Schoen en het gemeentebestuur. Twee maanden na het koninklijk bezoek ontving de gemeenteraad een schrijven van de heer Schoen, waarin deze een schadevergoeding vroeg wegens geleden schade aan een tafelkleed en een vloerkleed. De schade bedroeg 240 gulden. Burgemeester en wethouders hadden het verzoek al afgewezen, vandaar dat hij zich nu tot de raad richtte. De raad reageerde in eerste instantie ook negatief en adviseerde de conciërge contact op te nemen met de heer Meyknecht. Maar in september schreef de gedupeerde conciërge dat dit niets had opgeleverd. De gemeenteraad besloot Kouwenhoven, hij was politieman, een officieel onderzoek in te laten stellen.

De heer en mevrouw Schoen werden als eerste gehoord. Het echtpaar Schoen bewoonde een kamer met twee bedsteden en een keuken op de begane grond van het stadhuis. Voor het koninklijk bezoek hadden ze hun keuken afgestaan aan de heer Meyknecht, die daar samen met een zestal anderen de lunch had voorbereid. Meyknecht had gevraagd of hij de woonkamer van het echtpaar mocht gebruiken om daar wat spullen in weg te zetten en om bij de kachel de wijn op temperatuur te brengen. Bij het afwassen en opruimen na de lunch was blijkbaar het een en ander misgegaan. Etensresten waren in het vloerkleed gelopen en er waren vetvlekken op het tafelkleed gekomen. Het was, volgens het echtpaar Schoen, een bende geweest. Ook was er, tegen de afspraak in, gebruik gemaakt van het servies van het echtpaar. Er miste nu een zilveren vork!

Meyknecht had, een paar dagen later, nog wel aangeboden het kleed op zijn kosten schoon te laten maken, maar dat was volgens de heer Schoen niet meer mogelijk. Ze wilden een nieuw kleed. Van de vork wist Meyknecht niets af.

Maar er werden meer getuigen gehoord. De diëtiste van het Snouck van Loosen Ziekenhuis, mevrouw Voskuil, de banketbakker Simon Bok en verschillende kelners en kamermeisjes van Die Port van Cleve bijvoorbeeld. Zij waren allemaal korter of langer in de woonkamer geweest maar zij hadden geen schade gezien. Er waren enkele opgemaakte schalen met hors d'oeuvres op de tafel gezet, voordat ze naar de Witte Zaal gebracht werden, maar die konden onmogelijk de vlekken op het kleed veroorzaakt hebben.

Ze wezen wel een andere schuldige aan. De hond van de familie Schoen. Het beest had los in de kamer rondgelopen, een van de getuigen had hem zelfs met een stuk ossenworst in zijn bek gezien, voordat hij aan de tafelpoot werd vast gezet. Daar had mevrouw Schoen hem een karkas van een (soep) kip, gegeven. Meyknecht had nog gewaarschuwd dat dit gevaarlijk kon zijn.

De raad besloot de kleden van het conciërge echtpaar maar te vergoeden. Het oude vloerkleed werd niet weggegooid. Voor de dienst Sociale Zaken werd een nieuw kantoor ingericht. Daar kon het kleed, met vlek en al, wel naar toe. Van de vork is nooit meer wat vernomen.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube