Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Gevaar? Het IJsselmeer kookte gewoon

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De K.F. Sluys in zwaar weer, vermoedelijk in 1957
De K.F. Sluys in zwaar weer, vermoedelijk in 1957
Het IJsselmeer is een gevaarlijk stuk water. Veel gevaarlijker dan veel jachtjesschippers inschatten. Hoofdpijn kreeg schipper Jan Smith ervan. Levendig herinnerde hij zich nog de s twee jonge knapen met hun BM'er die met stormachtig weer aanstalten maakten om uit te varen.

Hij had ze wel tien keer bezworen binnen te blijven, maar lachend hadden ze zijn waarschuwing letterlijk in de wind geslagen. Smith was zelfs naar de havenmeester gegaan met de vraag of hij het uitvaren niet kon verbieden. De volgend ochtend kon hij zelf uitvaren, omdat er een omgeslagen jachtje gezien was. Op weg daar naar toe kwamen ze de VD112 al tegen. Met aan boord de lichamen van de twee jongens.

Sommige weersomstandigheden, zoals mist, zijn voor alle schepen gevaarlijk. In december 1961 werd Smith gewaarschuwd dat de ss Vereniging benoorden Ooster-leek op de dijk was gelopen. Hij besloot eerst met de auto polshoogte te gaan nemen. Het was zo mistig dat hij de kant van de weg niet eens meer zag.

Het schip werd gevonden. Het maakte nog geen water, maar het moest daar wel weg. Met het zweet in zijn handen is Smith weer teruggereden. In Enkhuizen waarschuwde hij zijn bemanning. In de mist voer de reddingboot op het horloge van de schipper. Zoveel minuten varen betekende dat je ongeveer op die en die plek was. Het klopte nu ook allemaal aardig. Maar de mist was zo dik dat ze de dijk pas vonden toen de man op het voordek met zijn pikhaak naar voren sloeg en de stenen raakte.

Met wat geluk vonden ze ook het gestrande schip. Met veel moeite kregen ze het weer vlot. Nou ken je je wel redden, riep Smith naar de schipper, wij gaan naar huis. Maar de schipper durfde niet meer. „Neem me alsjeblieft op sleeptouw", riep hij terug. „Ik vertrouw mijn kompas niet". De reddingboot heeft hem maar aan de tros gehouden en naar de haven gesleept.

Door stormweer kon een beroepsschipper ook in de problemen komen. In 1949 lag het opleidingsschip Prinses Juliana twaalf kilometer ten noorden van Andijk voor anker. Het stormde zo verschrikkelijk dat de Staverse boot het Krabbersgat niet in durfde en achter de dam ten anker was gegaan. De Prinses Juliana had drie ankers uitstaan, maar die slipten ondanks de voluit draaiende motoren. Het schip dreigde op de dijk te verdagen. Met twintig leerlingen van de Terschellinger Zeevaartschool aan boord dreigde een ramp.

Smith had later maar een woord voor de tocht naar het schip: verschrikkelijk. De zee rookte gewoon. De reddingboot kreeg enorme opdoffers van de steile onberekenbare golven. Elke keer knalde ze tegen bikkelharde muren van water op. Toen ze bij het schip kwamen lag het nog maar 300 meter van de dijk af. De jongens moesten van boord en wel zo snel mogelijk. Maar langzij komen was onmogelijk.

De wind donderde de reddingsboot zo hard tegen de Prinses Juliana aan dat bij de eerste klap de fender (de stoot-gordel om het schip) kapot sloeg. Een mobilofoon was er in die tijd nog niet. Dus is de CF Sluys weer teruggevaren om sleepboothulp te gaan halen. Uiteindelijk heeft de politie-boot de Juliana van de wal afgehaald. Op het laatste nippertje. De eerste tros brak direct al en de tweede tros hield het... tien minuten, toen brak die ook. Maar het was net voldoende om het opleidingsschip de ruimte te geven om op eigen kracht voor de wind weg te komen.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube