Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Laveren tussen de RAF en het kanariepietje

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De bemanning van de reddingsboot, rond 1960: Staand (vlnr) Jan Kofman, Siem Lub, Dick Lub en Jan Smith. Op de voorgrond Jaap Dekker.
De bemanning van de reddingsboot, rond 1960: Staand (vlnr) Jan Kofman, Siem Lub, Dick Lub en Jan Smith. Op de voorgrond Jaap Dekker.
Op 20 mei 1944 kreeg Enkhuizen weer een reddingsboot. Per abuis staat dit schip vermeld als de President Steyn. Het heette echter de Prins Bernard, alleen de klasse was vernoemd naar de Zuid-Afrikaanse president. Er zullen dus meer President Steyn-reddingsboten geweest zijn.

Het schip moest 22 mei al uitvaren. Twee botters hadden een aanvaring gehad. Eén daarvan slaagde erin de haven van Enkhuizen te bereiken. De reddingboot voer uit om de andere te helpen. De bemanning van dat schip, de EH 45, had een scheur in de boeg al provisorisch gedicht. Door het schip zo te zeilen dat het lek boven water bleef, kon de botter de haven van Medemblik binnenlopen.

De Prins Bernard werd later vervangen door de C.A.A. Dudok van Heel. In de laatste oorlogsmaanden werden alle scheepvaartbewegingen in de gaten gehouden door de vliegtuigen van de RAF. Regelmatig bestookten de Engelse jagers schepen op het IJsselmeer. In februari 1945 bijvoorbeeld ging een aantal jongens van de Nationale Jeugdstorm naar de ms Sofia, die gestrand was op het Enkhuizer Zand. Ze werden onmiddellijk beschoten door een Engelse toestel. Een dode en twee gewonden was het resultaat. De Dudok van Heel moest het water op om de jongens van het schip te halen. De motordrijver was toen al Jan Smith.

Jaren later herinnerde hij zich nog de tochten die hij met die reddingsboot in april 1945 naar de Wieringermeer maakte. De eerste keer maakte het schip een sprong van anderhalve meter naar beneden toen het door het gat dook dat de Duitsers in de dijk geslagen hadden.

Van 1956 tot 1970 was Jan Smith schipper van de K.F. Sluys. Honderden mensen heeft hij, met zijn bemanning, van schepen gehaald die voor de kust van Enkhuizen in de problemen geraakt waren.

Natuurlijk geeft dat stof tot vele verhalen. Ook grappige. Op een keer liep een botter vast, terwijl het het mooiste weer van de wereld was. Een van de opvarenden besloot naar Enkhuizen te zwemmen. De reddingboot was inmiddels gewaarschuwd. Die voer uit, niet alleen om de botter te helpen, maar ook om de zwemmer te zoeken die, het was inmiddels uren later, verdwenen was. Op weg naar het gestrande schip passeerden ze een zandzuiger waarvan de wachtsman hun aandacht trok. Hij had 's ochtends zijn normale rondje over de zandzuiger gelopen. Toen hij zijn kajuit weer in kwam, zag hij plotseling dat er iemand in zijn kooi lag. Als je denkt alleen op een schip te zijn is dat schrikken. Het bleek uiteraard de zwemmer te zijn die de afstand naar Enkhuizen toch wat onderschat had.

Tijdens een andere tocht maakte de reddingboot een enorme schuiver en klapte hard op de golven. Net op dat moment maakte de motordrijver in het vooronder een blikje erwtensoep open. Het blik was wel leeg, maar alle soep zat in zijn haar en aan het plafond.

Ooit kwamen ze voor loos alarm bij een jachtje. De opvarenden schaamden zich een beetje en om het goed te maken werd de hele bemanning van de reddingboot uitgenodigd voor een glaasje sherry. Die werd hun geserveerd door een fraaie dame, geheel gekleed in Eva's kostuum. Daar hebben ze later nog vaak om moeten lachen.

Een heel mooie actie was de redding van de bemanning van een ander jachtje. De K.E Sluys was de haven binnengevaren met de complete familie aan boord, inclusief de tortelduif en het kanariepietje in zijn kooitje.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube