Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Enkhuizen trekt zich niks aan van vrieskou

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Gerrit Zalm sr., de Graaf en Klaas Keesman bij het pand in de Drie Groene Eikels
Gerrit Zalm sr., de Graaf en Klaas Keesman bij het pand in de Drie Groene Eikels
De winter van 1954 begon kwakkelend. Pas in de derde week van januari daalde het kwik onder nul. Min tien werd het en dat met een gure en felle wind uit het oosten. Een maand lang was Nederland in de greep van Koning Winter. Zo erg dat op 3 februari een Elfstedentocht gereden kon worden. Heel Nederland volgde de tocht via de radio. Jeen van den Berg won in een recordtijd van 7 uur en 35 minuten.

Tijdens die vorstperiode ging Gerhard Stavenuiter van de Nieuwe Enkhuizer Courant, samen met Harry Bedijs - de vaste fotograaf van de krant - de straat op om de reacties op de kou te peilen. De eerste die ze tegenkwamen was Karel Buis, de visventer. Op de Melkmarkt stond hij een stijfbevroren kabeljauw te 'slachten'. Last van de kou had hij niet, 'nooit gehad ook'.

Zelfs in de strenge winter van 1929 was hij, als enige, gewoon doorgegaan met zijn vis uit te venten. De vorst deerde zijn omzet ook niet. 'Je kan beter vis bij kou eten dan bij een hittegolf', zei hij. Maar hij moest weer verder. Zijn kreet 'Kom eruit, kom eruit', was drie straten ver te horen. Toch moest je snel naar buiten komen om zijn vis te kopen. Karel hield van opschieten.

In de Drie Groene Eikels werd Jaap Zalm geïnterviewd over de winter. Met zijn zoon en zijn knecht Keesman was hij druk in de weer zakken met kolen op zijn wagen te laden. Zijn omzet was een stuk beter geworden. Regelmatig hoorde hij nu: 'Breng je nog effies gauw een zakkie brand, Zallum!'. Het waren allemaal spoedorders. 'Last van de kou? Met dit weer niet', lachte hij.

De journalisten gingen op weg naar de haven. Zelfs bij dit weer stond er volk bij de afslag en op de Harlinger steiger. Kees Bijl, Theunis Visser, Rikkel Lub en Jouke Klein hielden het water nauwlettend in de gaten. Kou of geen kou, ik mis bijna nooit, vertelt Bijl. We moeten op de sjouwen letten. Met andere woorden mocht er wat op zee gebeuren dan vlogen ze naar hun vletten om te helpen.

Met zo'n sjouw kon je goed geld verdienen. 'Er gebeurt altijd wel wat', vervolgde Kees Bijl. Zelfs vanochtend nog probeerden drie Urker vissers door het ijs uit de haven te breken. Thuis zitten was ook geen optie. 'Stilzitten, dat is voor mij onmogelijk', zei een van de andere vaste klanten.

Omzet

Een slachtoffer van de vorstperiode was Janssen van de IJsfabriek op de Zuiderboerenvaart. Hij liep op straat om een grote staaf ijs te bezorgen. Zijn omzet met dit weer was natuurlijk bijna nul. Maar ja, hij kon ook niet stilzitten.

Doordat Enkhuizen zijn eigen gasfabriek nog had, was de gaslevering betrouwbaar. In andere steden was men inmiddels overgestapt op het gasnet dat gevoed werd door de Hoogovens. Hoorn bijvoorbeeld was al aangesloten op het Hoogovengas. Maar in die stad klaagden de burgers over de slechte kwaliteit van het gas en van de dagelijkse storingen en dan was er urenlang geen gas. Enkhuizen zou in de eerste week van februari overschakelen. Wijselijk besloot het gemeentebestuur dat maar even uit te stellen.

Zolang er kolen waren kon het oude gasfabriekje op de Wierdijk de vraag naar gas nog wel aan. Tenminste de vraag van de huishoudens. In veel straten bleef de verlichting uit. Die gaslantaarns werden maar niet aangestoken.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube