Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Een groot industrieel in een kleine havenstad

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Presentatie op de beurs
Presentatie op de beurs
Een industriële revolutie in Enkhuizen, zo kun je de eerste jaren van de twintigste eeuw gerust noemen. Een betonfabriek, een cacaofabriek, een scheepswerf, een haardenfabriek, een was- en strijkinrichting en zelfs een limonadefabriek waren er in de stad.

Om nog maar te zwijgen over de bedrijven die nu tot de agro-industrie gerekend zouden worden als de zaadfirma's en de mosterdfabriek. Vaak waren ze het initiatief van een kleine groep mannen: Korff, Schild, Stapel, Emmerling, Roozendaal en uiteraard de leden van de families Sluis en Groot waren voortrekkers bij deze economische ontwikkeling.

Dirk van der Spruijt (links) en zijn chauffeur Roelof van der Heide
Dirk van der Spruijt (links) en zijn chauffeur Roelof van der Heide
Het waren ook ondernemers die op andere terreinen maatschappelijk actief waren. Schild, Stapel, Roozendaal en Sluis komen we in de politiek tegen. Emmerling was behalve bankier ook voorzitter van de Kamer van Koophandel. Uiteraard vervulden zij ook functies in het kerkelijk leven, onderwijs, of woningbouw.

Inzepen
In dit rijtje hoort ook Dirk van der Spruijt thuis. Hij werd in 1876 in Grootebroek geboren. Al heel jong was hij ondernemer. Volgens de verhalen hielp hij op jonge leeftijd op zaterdag met het inzepen van de Grootebroekers die voor hun wekelijkse scheerbeurt kwamen. Vader Van der Spruijt was huisschilder, maar verdiende graag een extraatje bij als barbier.

De stuivers en centen die de jonge Van der Spruijt hiermee verdiende, spaarde hij op om er allerlei handeltjes mee te financieren. Het verhaal gaat dat hij op tienjarige leeftijd in de zaak van zijn vader een Sinterklaas-tafel inrichtte, die volledig uitverkocht raakte.

Geduld om lang op school te blijven, had hij niet. Na de lagere school trok hij als een soort marskramer langs de Streker middenstand met muizentarwe en Haarlemmerolie. Lang bleef hij niet langs de weg. Hogere inkomsten maar ook een Enkhuizer meisje, deden hem besluiten om een sigarenzaak in Enkhuizen te beginnen.

Met de groei van de economie was er behoefte aan pakpapier gekomen. Het werd nog wel een beetje als luxe gezien - die paar sigaren kon je ook onder je pet meenemen en een stukje vlees ging ook prima in een oude krant - maar netjes verpakt in een zakje stond toch wel een stuk chiquer. Dirk van der Spruijt had deze ontwikkeling goed in de gaten. Hij begon met één werknemer: Barend Hart plakte letterlijk zakjes in de kelderverdieping van het pand op de westelijke hoek van de Dijk en het Venedie. Dat deed hij meer dan dertig jaar, totdat hij in 1929 met pensioen ging.

Uit dit simpele begin ontsproot de grote verpakkingsindustrie aan de Paktuinen. Van der Spruijt was ook een ondernemer die wist dat een sociaal beleid van levensbelang was voor een gezond bedrijf. Al in 1910 stichtte hij daarom een pensioenfonds. Zijn bedrijf was een van de eerste in Noord Holland die zo'n voorziening voor zijn personeel trof.

Daarnaast was Van der Spruijt bestuurslid van de vereniging 'Getrouw Schoolbezoek', een organisatie die probeerde om het schoolverzuim tegen te gaan. Ook zat hij in het bestuur van de destijds zo succesvolle voetbalclub West Frisia en was hij president-commissaris van de Enkhuizer Courant.

Onderduiken
Maar misschien wel zijn belangrijkste wapenfeit deed hij in zijn functie als president-kerkvoogd. Als zodanig was hij in de oorlog verantwoordelijk voor de Librije in de Westerkerk. Er zullen weinig mensen zijn die kunnen zeggen dat ze een complete bibliotheek hebben laten onderduiken. Dirk van der Spruijt wel. De Duitsers hebben nooit geweten dat al die antieke boeken uit de Westerkerk bij de overburen verstopt waren: in het Weeshuis.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube