Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Jaren zestig begon voor enkhuizers in de munt

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De munt. Links de bioscoop, rechts het hotel
De munt. Links de bioscoop, rechts het hotel
Het was een gewone dag, 16 maart 1963. De VS en de Sovjet-Unie maakten weer eens ruzie, over een Russisch 'vissers- vaartuig' dat was be- schoten door de Amerikaanse marine. Tenminste, dat zeiden de Russen. Onzin, aldus de Amerikanen. Het schip was een oefengebied van de marine zo dicht genaderd dat de scheepsgranaten ze bijna niet konden missen.

Het was het zoveelste conflict in de Koude Oorlog. De Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Joseph Luns, probeerde de schade van de Nederlandse koloniale politiek te beperken. De diplomatieke betrekkingen* tussen Nederland en Indonesië werden weer hersteld.

U Thant, de secretaris-generaal van de VN en de gebroeders Kennedy konden opgelucht adem halen. Het was . bijna een oorlogje geworden tussen Nederland en Indonesië over Nieuw Guinea. Dat conflict was ten minste in de kiem gesmoord. En in Frankrijk was weer eens een staking. Deze keer dreigden de mijnwerkers met een mars op Parijs.

Echt wakker lagen de Enkhuizers er niet van, hoewel de dreiging van een kernoorlog wel angstig reëel was. Maar je kon er toch niets aan doen. In 1960 deed wel een pacifistische partij mee aan de verkiezingen, maar om daar nu op te stemmen. Die PSP'ers waren wel erg links.

Onder de naam Garrut, schreef Gerhard Stavenuiter in Henkuzer dialect een column in de Enkhuizer Courant. Garrut had de dag daarvoor een ommetje gemaakt. Die woensdag was het mooi weer geweest, door het voorjaarszonnetje zelfs bijna zwemweer. Alleen, het zwembad achter de Wierdijk was er nog niet. Maar er zat schot in. De aanbesteding zou niet lang meer op zich laten wachten.

Prut op de ramen

De bewoners van de Driebanen hadden een brief met klachten naar het gemeentebestuur gestuurd over de prutbende in hun straat. Terecht, constateerde Garrut. De prut zat op de ramen, maar een stratenmaker was in geen vélden of wegen te zien. De gemeente had het ook druk, realiseerde Garrut zich. Door de strenge winter was er veel schade aan de straten en overal waren de putten verzakt.

In de Boerenhoek was het nog erg rustig. De bouwers konden nog niet naar hun land, omdat het ijs nog dik in de grachten lag. Maar ongetwijfeld waren ze druk geweest met vergaderingen van de Bloemencultuur, voorlichtingsavonden en de Westfriese Flora.

Garrut verheugde zich op de avond. In de Munt was een voorstelling van het Lurelei-cabaret. Dankzij het onvolprezen Nut werden er ook dit soort avonden in Enkhuizen georganiseerd. Garrut had zo'n Nuts-avond veel liever dan zo'n saaie televisieavond. Enige tijd geleden was er een Enkhuzer voor z'n TV zelfs in slaap gesukkeld, met een brandende sigaret in zijn mond!

Zijn kleren waren dan ook in de brand gevlogen. Op zijn verschrikte geroep was zijn familie aangerend en had hém in een plas op de straat gejonast. De slechte staat van de straten hadden nu een voordeel gehad. Toen de man van de schrik bekomen was, had hij gezegd dat hij hoopte dat de vaarpolder het Grootslag nooit een rijpolder zou worden...

Garrut was niet de enige die liever naar de Munt ging. Op een enkele stoel na zat de zaal helemaal vol. Het enthousiaste publiek had genoten van de scherpe teksten van onder andere Jasperina de Jong, Frans Halsema en Eric Herfst. Hebben we in een spiegel niet onszelf gezien, met al onze conventies en Heinuurwerkgewoontetjes, vroeg de recensent van de Enkhuizer Courant zich af. Ook voor hem waren de zestiger jaren begonnen.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube