Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Boerenzoon ziet brood in ijzeren schepen

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De terwaterlating van de Leonard Hendrik op 2 maart 1957
De terwaterlating van de Leonard Hendrik op 2 maart 1957
Een tewaterlating was een gebeurtenis waar de hele stad bij kwam bij kijken. De Wilhelmabrug en de Dijk stonden vol met toeschouwers. Het gemeentebestuur was vertegenwoordigd en uiteraard gaf ook havenmeester Poorta acte de presence.

De scholen eindigden de lessen een uurtje eerder, de leerlingen van de Technische Scholen van Enkhuizen en Grootebroek kregen zelfs de hele middag vrij. Het was ook een spectaculair gezicht wanneer de schepen van 40 a 50 meter lang dwars de Oude Haven in schoven.

'Een enorme golf knalde tegen de dijken. Het publiek juichte en de scheepsbouwers en de eigenaren van het nieuwe schip keken gespannen toe. Het ging altijd goed. Er brak wel eens een lijn waardoor het schip vrij in de haven dobberde, maar dat gebeurde vroeger ook, zeiden de oude Enkhuizers geruststellend tegen elkaar.

Vroeger was de periode van Kees Stapel, die van de NV Werf Vooruit een bloeiend bedrijf maakte. In 1903 had hij het werfje van Lastdrager gekocht. Er werden nog houten schepen gebouwd en gerepareerd. Stapel begreep dat de toekomst in ijzeren schepen lag en haalde metaalwerkers uit Groningen en Friesland. Binnen de kortste keren had de boerenzoon een bloeiend scheepsbouw bedrijf gerealiseerd. De crisisjaren hadden de NV Werf Vooruit echter bijna de das omgedaan. Het bedrijf verhuisde naar ' Spaarndam waar uiteindelijk zelfs een droogdok in gebruik werd genomen.

Op de werf in Enkhuizen werd af en toe een schip gerepareerd en een enkel sleepbootje gebouwd maar veel stelde het niet meer voor. In de oorlog lieten de Duitsers er schepen ombouwen tot een soort drijvende platforms voor luchtafweer geschut. De activiteiten trokken de aandacht van de RAF die de werf een aantal keren bombardeerde, waarbij vooral onder de Enkhuizer bevolking slachtoffers vielen.

Maar er kwam weer leven in de brouwerij. De gebroeders de Jong kochten de werf. Ze waren afkomstig uit een familie van scheeps- en machinebouwers uit Alblasserdam. Op 4 juli 1956 liep de Anneliesje van stapel. Het was een 'verbeterd Rijnschip' van meer dan vijftig meter lang. Na de tewaterlating was er een bijeenkomst in Du Passage. Burgemeester Admiraal sprak daar van een historisch ogenblik. Voor het eerst sinds twintig jaar was er weer een schip van enig formaat in de stad gebouwd. En dat niet alleen: de werf had al orders voor nog eens drie schepen van het formaat van de Anneliesje.

Al op 2 maart 1957 liep, weer onder grote publieke belangstelling, de Leonard Hendrik van stapel, gevolgd door de AGMA en de Fidus. Het bedrijf ging een bloeiperiode tegemoet. Het bouwde niet alleen grote binnenvaart schepen, na de Fidus werd de kiel gelegd van de Delta III, de Kagri en de Ursula, maar ook vissersschepen. De EH 23 van Dirk Jeltes, Simon Lub en Jan Pieter Lub werd gebouwd, net zoals de EH 21 voor de gebroeders Van der Molen in 1961.

Het scherpe geratel van klinkrevolvers waarmee de klinknagels vast gezet werden, moet tot diep in de stad te horen zijn geweest. Op de twee hellingen, de grote dwarshelling tegen de Wilhelminabrug aan en de gewone helling aan de Dromedariskant werkten in 1956 22 man. De heren de Jong zochten naar meer personeel. Maar ja, zeiden ze tegen de journalist van de Enkhuizer Courant, het moesten wel vakmensen zijn en Enkhuizen moest dan wel woningen voor ze hebben. Veel arbeiders werkten liever in de 'koekfabrieken' van de Zaanstreek. Er klonk bijna minachting in de woorden van de scheepsbouwer.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube