Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Zwartkijkers bij Enkhuizer toertocht in 1963

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Nel Bok en Pietje op het ijs in de sluis bij de Drommedaris, winter 1963
Nel Bok en Pietje op het ijs in de sluis bij de Drommedaris, winter 1963
Op 18 januari 1963 werd de Elfstedentocht gehouden, een van de zwaarste uit de geschiedenis. Liefst 9294 toertochtrijders begonnen aan de tocht, slechts 69 haalden de finish. Een vijftal Enkhuizers verscheen aan de start in Leeuwarden.

Dit waren Gosse van der Veen, Arie Muskee, Jan Quirijn Langedijk, Piet Boeder en Piet Broekhuizen. Gosse van der Veen had misschien nog wel de meeste kansen op een goede klassering, maar een kromme schaats dwong ook hem de tocht op te geven.

Natuurlijk waren er ook in de stad zelf wedstrijden. De leerlingen van de ULO hielden onderlinge wedstrijden, net zoals die van de Technische School. De rijkspolitie schaatste tegen het NS-personeel en tegen de belastingambtenaren. Een paar dagen na de Elfstedentocht werden de Enkhuizer kampioenschappen gehouden. Jan Jonkman won. De wedstrijden werden gehouden op het ijs in de Oude Haven.

De baan van de IJsvereniging was op het Rad. Om de kosten te bestrijden vroeg de ijsclub een kleine bijdrage aan de schaatsers. Dat lukte niet altijd: er bleek zoiets te bestaan als 'zwartschaatsen', maar er waren ook 'zwartkijkers' bij het schaatsen. Op 9 februari werd er een heuse marathonwedstrijd georganiseerd. De start was bij de sportvelden van de HBS (tussen de stad en Plan Noord), dan ging het over de baan op de Vest naar de Boerenboom, dan de Noorderboerenvaart, Spaansleger, Handvastwater en via de Ouwe Gouwsboom weer terug naar de Vest. Dat rondje moest 24 keer, totdat de deelnemers 65 kilometer geschaatst hadden.

De Friese Elfstedentochtrijder Jeen van den Berg won de wedstrijd. Het was mooi weer en er waren veel toeschouwers. Jammer genoeg waren de meesten ook uiterst zuinig. Het grootste gedeelte betaalde niet de gevraagde drie kwartjes en keek dus zwart. Het scheelde niet veel of de ijsclub, die het evenement samen met de wielervereniging West Frisia organiseerde, was met een financieel debacle blijven zitten. Gelukkig zorgde een aantal bedrijven ervoor dat de schade beperkt bleef.

Maar het echte lange afstandschaatsen gebeurde op het IJsselmeer. Al op 14 januari schaatste een viertal Andijkers van Enkhuizen naar Staveren. Dezelfde dag ging een aantal jongens met de brommer van Staveren naar Enkhuizen en weer terug. Wakken waren ze niet tegengekomen. Wel wat scheuren, daar konden ze zien dat het ijs wel dertig centimeter dik was. De twee jongens die diezelfde dag uit Urk aan kwamen schaatsen, konden ook melden dat het ijs prima was.

Het was het begin van een intensief verkeer over het IJsselmeer. Er waren avonturiers die alleen lange tochten maakten. Eén man maakte een tocht van Muiden via Lelystad naar Urk en vandaar naar Enkhuizen. Op de brommer wel te verstaan. Een paar dagen te voren was hij bij Muiden met brommer en al in een wak gereden, maar dat had hem er niet van weerhouden de tocht te aanvaarden. In Enkhuizen vond hij het welletjes: hij ging met de trein terug.

En uiteraard ging men met de auto's op het ijs. Complete rally's werden er georganiseerd. Op zondag 24 februari reden er zo'n 5.000 auto's op het IJsselmeer. Er stond zelfs een heuse benzinepomp bij Vrouwezand. De politie hield het verkeer vanuit de lucht in de gaten. In Enkhuizen konden de auto's via het Hennegat op het ijs van de Oosterhaven komen. Er ontstond die dag zo'n drukte dat buurtbewoners het verkeer stonden te regelen. Files op de Breedstraat: het moest niet gekker worden.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube