Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

TV geeft laatste zetje aan on-Nederlandse sfeer

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
TV geeft laatste zetje aan on-Nederlandse sfeer
Wie in 1951 met de trein in Enkhuizen aankwam trof een bijna on-Ne derlandse sfeer aan. Enkhuizen heeft een kopstation en dat is ongebruikelijk in Nederland. Het doet meer denken aan steden als Hoek van Holland, Calais of zelfs Brussel en Parijs. Pal naast het perron lagen grote witte veerboten op de passagiers te wachten.

In een uiterst luxe ambiance, en dat was ook ongebruikelijk in de jaren vijftig, brachten de boten de reizigers naar de overkant. Maar degenen die de moeite namen een wandeling door Enkhuizen te maken, troffen een sfeer die bijna niet Nederlandser kon. Eeuwenoude straatjes, stille grachtjes, monumentale kerken.

Woningen van trotse en al lang uitgestorven regentengeslachten en tientallen huizen met trapgevels, waar nog steeds gewone mensen woonden. Elfduizend inwoners telde de stad, allemaal woonden ze binnen de oude vestingwal. Andere steden hadden hun wallen al lang gesloopt omdat ze ruimte nodig hadden. Enkhuizen niet, nog jaren kon de stad zijn nieuwe huizen binnen de tóe eeuwse Vest bouwen.

Er was niet veel industrie in het Enkhuizen van 1951. In Den Haag droomde men van' "de industrialisatie". Het was de enige manier waarop Nederland de armoede definitief uit kon bannen, zeiden de heren politici op de radio. Maar de gemiddelde Enkhuizer had er niet veel vertrouwen in. De economische crisis van de jaren dertig had diepe sporen na gelaten; veel industriële bedrijven waren toen weggevaagd. Er waren wel Enkhuizers die in de industrie werkten, maar die reisden elke dag naar de Zaanstreek of de Hoogovens.

Velen hadden meer vertrouwen in de agrarische sector. De zaadteelt, aangevuld door de bloembollencultuur, werd als . een van de hoofdbronnen van bestaan beschouwd. De bedrijven hadden nog tuinen in de stad. De directeuren van de firma's bouwden hun huizen aan de Nieuwe Westerstraat, achter de huizen aan de noordelijke kant van de straat lagen de tuinen.

De visserij was weer een groeisector. De meeste vissers hadden het somber ingezien toen de plannen van ir. Lely werden aangenomen. Een aantal hadden zich verzet. De Enkhuizer Rieuwert Blok was zelfs op de tweede plaats beland van de Zuiderzeepartij van De Herder uit Harderwijk. Die had in zeven brochures, hij hoopte op de zeven klaroenstoten die de muren van Jericho hadden doen vallen, de ondergang van de visserij, de kuststeden, de kustprovincies en zelfs van heel Nederland aangekondigd. De partij kreeg een paar honderd stemmen, een politieke carrière zat er voor Rieuwert Blok niet in. Hij moest verder leven van de paar gulden Zuiderzeesteun in de week. Woedend omdat het steun was en geen bedrijfsschade vergoeding.

En misschien ook wel kwaad omdat hij zag dat de vissers die doorgegaan waren, of hun steun weer hadden ingeleverd, zeer vette jaren beleefden. De ansjovis en de haring waren inderdaad verdwenen, maar de paling en de snoekbaars waren er voor terug gekomen.

In een artikel in de Enkhuizer Courant van 23 september 1951, beschrijft de journalist de Henkhuzer als zeer gastvrij en erg gericht op het verenigingsleven. Samen sporten, muziek maken en toneelspelen waren een belangrijk onderdeel van de leefwijze van de bewoners van de stad. De schrijver kon nog niet vermoeden dat binnen tien jaar de komst van de TV die leefwijze grondig zou veranderen.

De Henkhuzers verenigden zich ook in vele kerkgenootschappen en -schapjes. Ze overheersten het sociaal-maatschappelijke en politieke leven in de stad. Nog wel, maar in het decennium na de jaren vijftig zou ook daar een einde aan komen.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube