Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Levensreddend netwerk van Rodenburg

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Levensreddend netwerk van Rodenburg
Toen Piet Rodenburg in 1957 overleed verscheen er in het maandblad 'Aantreden, orgaan van de Nederlandse Vereniging van Ex politieke gevangenen uit de Bezettingstijd', een paginagroot artikel. Een in memoriam, onder de titel 'De Weldoener Piet Rodenburg uit Enkhuizen overleden'.

Karei van Staal beschreef daarin de hulp die Piet Rodenburg aan honderden gijzelaars, politieke gevangenen en onderduikers geboden had. Rodenburg had een soort alternatieve Rode Kruisorganisatie op poten gezet. Hij had er voor gezorgd dat gevangenen en onderduikers, en hun familie, met grote regelmaat voedselpakketten kregen. Daarmee voorzag hij ze niet alleen van een aanvulling op hun schaarse rantsoen, maar stak hij ze ook een hart onder de riem.

Die vele duizenden pakketten - veertien- a vijftienduizend volgens een voorzichtige schatting - werden zo veel mogelijk door Rodenburg zelf weggebracht. Als invalide kon hij tot diep in de oorlog gebruik blijven maken van zijn auto.

De inhoud organiseerde hij zelf. Bijto leverde vaak het pakpapier, van der Spruijt de dozen. Bij Klooster kon hij gedroogde vis halen, bij Verkade gedroogde biscuits. Bij collegaraadslid Roosenburg klopte hij nooit tevergeefs aan om geld. Zo werd het enorme netwerk van Piet Rodenburg ingeschakeld om de vele gevangenen, onderduikers en hun gezinnen te ondersteunen.

Natuurlijk vermoedden de Duitsers dat er relaties met de Ondergrondse waren, herhaaldelijk werd Piet Rodenburg gearresteerd en ondervraagd, maar ze konden hun vermoedens niet hard maken.

Piet Rodenburg (geboren in 1888 in Alkmaar) was in 1910 naar Enkhuizen gekomen, hij was sigarenmaker. In 1922 kon hij samen met zijn compagnon Simon Hottentot een eigen bedrijf beginnen. Op de hoek van de Paulus Potterstraat en de Paul Krugerstraat begonnen ze in een oud schoolgebouw de sigarenfabriek West Frisia. Het bedrijf had al gauw 17 man personeel en een T-Ford.

Ook toen al bleek de waarde van Rodenburg's netwerk. De fabriek floreerde. Na 26 jaar hield West Frisia op te bestaan. De tabakshandel was van Amsterdam naar Hamburg verhuisd en de sigaar moest het langzaam afleggen tegen de sigaret. Waarschijnlijk vond Piet Rodenburg het na al die jaren welletjes. Inmiddels was hij ook al zestig.

Maar hij stopte niet met de politiek. Hij was socialist geworden, aanhanger van Troelstra en diens SDAP. In 1912 richtte hij een afdeling in Enkhuizen op, en in 1925 nam hij voor het eerst zitting in de gemeenteraad voor die partij. Hij zou tot zijn dood raadslid blijven. Vanaf 1939 was hij zelfs wethouder, met uitzondering van de bezettingsjaren natuurlijk.

Maar hij richtte niet alleen een afdeling van de socialistische partij op. In het verzuilde Nederland was je niet alleen partijlid, maar hoorde je bij de hele ideologische familie van die partij: Rodenburg richtte de plaatselijke afdeling van de vakbond op, het NVV, de socialistische omroep, de VARA, het socialistische koor, de Stem des Volks en hij was betrokken bij het Geheelonthouderscafé in de Munt.

Hij was actief in een tijd dat het politieke debat ongemeen fel en persoonlijk was. Aan het begin van zijn carrière werd hij er op aangevallen dat hij niet in de raadszaal verscheen in het zwart, maar in een bruin pak. Zelfs de keuze van de kleur van je pak was in die tijd - het was het hoogtepunt van de verzuiling - ideologisch bepaald. Het was Rodenburg wel toevertrouwd. Hij veegde de vloer aan met al die rechtse (lees: christelijke) politici.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube