Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Gretig welkom voor museum ‘Flevische cultuur’

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Gretig welkom voor museum ‘Flevische cultuur’
1 juli 1950 was een belangrijke dag voor Enkhuizen. Het Zuiderzeemuseum werd geopend, niet het hele museum, maar het binnenmuseum en eigenlijk ook niet het hele binnenmuseum, maar alleen het Peperhuis.

De andere panden aan de Wierdijk moesten nog gerestaureerd worden. Het Buitenmuseum zou nog jaren op zich laten wachten.

Siebe de Jong dichtte terecht in de Enkhuizer Courant:

De eerste acte vindt bekroning
Nu in deefoude koopmanswoning
De Zuiderzee haar tombe heeft,
Waarop heel klaar staat aangegeven
Wat al verdween toen zij moest ' sneven,


Hoe door en met haar werd geleefd. Het eerste vers van het gedicht, Enchusae Proficiat, luidde:

Straks wordt het hoge woord gesproken
En vlaggen rondom uitgestoken
Accentueren 't geen geschiedt:
Enkhuizen noodt de gasten binnen,
Het spel kan zo meteen beginnen
De beiaard zingt het welkomstlied.


En gasten waren er. De krant publiceerde een lijst van wel 58 hoogwaardigheidsbekleders, uiteraard met naam en toenaam.

Ambtsbezigheden

Burgemeester Admiraal riep iedereen een warm welkom toe. Hij voegde er aan toe dat hij het betreurde dat de staatssecretaris van het ministerie van onderwijs, kunst en welzijn, mr Cals, niet aanwezig was. Wegens dringende ambtsbezigheden heette het. We weten dat zowel de minister, J. Gielen, als de staatssecretaris niet zoveel zin hadden in een nieuw Rijksmuseum.

Nederland was nog volop aan het puin ruimen. Elke gulden was in hun ogen nodig voor de wederopbouw. Als Enkhuizen een museum wilde dan moest het maar een gemeentelijk museum worden, vonden ze.

Alle zeilen

Piet Sybrandy, de onvermoeibare voorzitter van de Vereniging Vrienden van het Zuiderzeemuseum, moest alle zeilen bij de mast zetten om Den Haag om te krijgen. Hij kreeg de steun die hij nodig had, maar de minister en de staatssecretaris waren niet bij de opening aanwezig.

Zowel Bouma, de eerste directeur van het museum, als Sybrandy ging in kranteninterviews in op de reacties van de Enkhuizer bevolking op de komst van het museum. Er was een grote groep voorstanders. Voortbouwend op het succes van de Zuiderzee Visserij Tentoonstelling in 1930 vonden ze het belangrijk dat er aandacht besteed werd aan de verdwijnende 'Flevische' cultuur, zoals de Zuiderzeecultuur genoemd werd.

Zorgen

Deze groep zag ook de economische voordelen die het museum de stad kon bieden. Maar er was ook een groep Enkhuizers die zich zorgen maakte. Zij vond dat de toekomst van de stad bij de industrie lag. Enkhuizen mocht geen openluchtmuseum worden. De voorzitter van de Enkhuizer Neutrale Middenstandsbond, C. Loots, zag de voordelen van het museum.

Verversingen

Voorzichtig schattend konden volgens hem wel veertig- a vijftigduizend vreemdelingen per jaar Enkhuizen bezoeken. En die hadden allemaal verversingen en dergelijke nodig! Loots wenste het museum dan ook vele bezoekers toe.

Het museum werd geopend met plechtige toespraken. De burgemeester, Piet Sybrandy, hoogleraar Van der Leeuw, de voorganger van minister Gielen, S. J. Bouma en tot slot de heer Kuipers, als vertegenwoordiger van de minister, voerden het woord. De laatste verklaarde het museum voor geopend.

Défilé

Het officiële gedeelte werd afgesloten met het spelen van het Wilhelmus, dat uiteraard staande werd aangehoord. Voor de bevolking was er een défilé van de sportverenigingen voor het stadhuis en demonstraties in de Oosterhaven. 'De aandacht van de toeschouwers concentreerde zich op een aantal ontklede jongelui in een roeiboot', schreef de Enkhuizer Courant. 'Onder doodse stilte', schreef de krant ook nog. Het ging om een demonstratie waterskiën en we moeten maar aannemen dat dat ontklede niet al te letterlijk genomen moet worden.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube