Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Engelse termen bij tennis op rolschaatsbaan

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Engelse termen bij tennis op rolschaatsbaan
In 1917 werd de ETC, de Enkhuizer Tennis Club opgericht. Het was niet de eerste sportvereniging in de stad. Er was al een gymvereniging, Vlugheid en Kracht' en een voetbalclub, West Frisia.

Ook andere sporten werden min of meer in georganiseerd verband beoefend. In 1916 bijvoorbeeld was er een hardloopwedstrijd van Enkhuizen, via Venhuizen naar Hoorn en weer terug. Wel of niet geslaagde pogingen om de Zuiderzee over te zwemmen konden steevast op grote belangstelling rekenen. En aan het Westeinde was zelfs een wiel- en rolschaatsbaan opgericht. De ondernemer, Fransiscus Bouwes, probeerde er een soort sportcentrum van te maken. Er werd ook gebokst en er werden demonstratiewedstrijden hockey gehouden.



De initiatiefnemer voor de tennisclub was - uiteraard, zou je bijna zeggen - Emmerling. Andreas Emmerling, geboren in 1882 in Amsterdam, was een van de twee directieleden van de Lakenmanbank. Later was hij ook nog voorzitter van de Westfriese Kamer van Koophandel, president-directeur van de chocoladefabriek en aandeelhouder bij Cornelis Stapels scheepswerf De Vooruitgang. Hij zat als een spin in het web van de Enkhuizer economie. Hij woonde op stand. Samen met zijn vrouw Sara Ikcman bewoonde hij het grote pand, dat nog steeds bij veel Enkhuizers bekend staat als het Koggen- of Drechterlandse Huis (Westerstraat 40).

In 1917 was hij nog jong, modern en dus sportief. Vaak was hij op de rolschaatsbaan te vinden en daar ook ontstond het plan om iets nieuws te beginnen. Samen met een groepje gelijkgestemden begon hij op het cement van die baan te tennissen. Ze gebruikten er zelfs de Engelse termen erbij. „Dat hoort schynbaar", concludeerden de Enkhuizer toeschouwers die wat verbaasd het gespring en geren bekeken.

Als je naar de namen kijkt van deze tennissers begrijp je dat ze een elitesport beoefenden. Chris Corts, huisarts en raadslid, Mien Vlasveld, de dochter van de gemeentesecretaris, Greet en Piet Ie Coultre, hun vader was zaadhandelaar, ze woonden op Breedstraat 51, waren enkele van de sportievelingen die al vroeg met de nieuwe sport bezig waren. Ook de groep die in 1917 daadwerkelijk de club op zouden richten hoorden tot de betere burgerstand.

In de winter van 1917 vroor het dat het kraakte. Emmerling schaatste veel. Hij reed al op de moderne Friese doorlopers. En op een tocht naar Andijk, met een tiental vrienden en vriendinnen, moest het er maar van komen. Aan het einde van de Kapellesloot, tegen de dijk, was het kleine herbergje van Peet Trijn van Nanne Koster.

In dat cafeetje lanceerde Emmerling zijn plan. Iedereen was enthousiast. Terug gekomen werd er bij Emmerling thuis nog over doorgepraat. De groep besloot op 13 februari in de
Oranjezaal een oprichtingsvergadering te houden.

Op die vergadering was Emmerling er natuurlijk zelf ook. Evenals dominee Frans van der Poel en Eep Hoogendijk van Capellen, een student uit Delft die stage liep bij de betonfabriek van Last. Mien Vlasveld en A. Ie Coultre-Buys waren er. Ook Felicia Szper en Elizabeth Wieringa, beide leraressen aan de HBS en Sjouk Vechtmann, lerares aan de huishoudschool waren naar de Oranjezaal gekomen. Carel ten Cate (hij was ambtenaar) werd de eerste voorzitter.

Waar de eerste wedstrijden gespeeld werden was duidelijk. Met Bouwes, de uitbater van het café Van Ouds Vianen, met daarachter de 'Eerste West-Friesche Sport- en Rolschaatsenbaan', werd al snel een contract gesloten. ETC kon nu vier avonden per week tennissen.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube