Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Cultuurstad zoekt trots naar Publiekstrekkers

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Sjoerd Spoelstra omstreeks 1960
Sjoerd Spoelstra omstreeks 1960
Zoals vrijwel iedereen maakt het bestuur van de vereniging Oud Enkhuizen zich zorgen over de toekomst van de stad. Economisch gezien gold oostelijk West-Friesland als probleemgebied. Later zou dat zelfs leiden tot extra overheidssteun waardoor Enkhuizen zijn industriegebied voordelig kon aanbieden. Draka Polva maakte daar in 1955 gebruik van.

Op 26 oktober 1949 presenteerde Sjoerd Spoelstra in de bestuursvergadering van de historische vereniging een plan om meer toeristen naar Enkhuizen te trekken. 'Enkhuizen museumstad', heette het. De vergadering werd gehouden in de chirurgijnskamer in de Waag. Daar staat een prachtig spreekgestoelte. De bestuursleden vonden dat Spoelstra daarop moest plaatsnemen om zijn redevoering te houden, maar ondanks aandringen weigerde Spoelstra. Hij ging liever 'gewoontjes' aan de tafel zitten, schreef secretaris Fleddérus.

Men nam de plannen van hun medebestuurslid zeer serieus. Voor de discussie trok men veertien dagen later zelfs een hele avond uit. In de vergadering van 26 oktober moest ook nog gesproken worden over de stadsmaagd die in zeer desolate toestand in de werkplaats van gemeentewerken lag. Tenminste, men nam maar aan dat dit het oude beeld was dat ooit op de Koepoort gestaan had. Misschien was dit agendapunt wel symbolisch voor de toestand van de stad Enkhuizen.

Spoelstra noemde een viertal punten die de stad voor toeristen aantrekkelijk zouden kunnen maken. Let wel, hij schreef dit in een tijd dat er nog vijf en een halve tot zes dagen in de week gewerkt werd en vakanties uitzonderlijk en kort waren. Sjoerd Spoelstra had een vooruitziende blik. Hij noemde Enkhuizen als sportcentrum, daarbij doelde hij niet alleen op de actieve sportverenigingen in de stad, maar ook op de mogelijkheden die de zeilsport bood.

Maar Enkhuizen was in zijn ogen ook een cultuurstad. Het Zuiderzeemuseum kon een geweldige publiekstrekker worden, de hele stad steunde de plannen van directeur Bouma. Maar Enkhuizen had zelf ook wat te bieden: er was een Waag-museum, in het stadhuis was een gedeelte van de historische collectie van de stad opgesteld en er konden rondleidingen in de leegstaande Drommedaris gehouden worden.

Het bestuur van Oud Enkhuizen had plannen om schilderijen op te hangen om een bezoek aan dit gebouw nog aantrekkelijker te maken. Enkhuizen kon een echte museumstad worden.
Fleddérus, de gemeentearchitect, vond het een soort 'geestelijk' uitbreidingsplan. Ybema, directeur gemeentewerken, had bewondering voor Spoelstra, maar vond het onderwerp wat meer op de agenda van de propagandacommissie van het Zuiderzeemuseum thuishoren.

Attractie?

Fleddérus vroeg zich af welke richting het met dat Zuiderzeemuseum uit zou gaan, een wetenschappelijk museum of een attractie voor de massa, of beide? Hij miste ook iets specifieks voor Enkhuizen. Brussel had zijn mannetje Pis, Alkmaar had de Kaasmarkt. Wat had Enkhuizen nu? Voor sport, toneel of muziek hoefde je niet naar Enkhuizen te gaan, dat was elders ook wel te vinden. Schildstra, hij was leraar Engels op de hbs, was ook wat somber, hij zag niet in hoe je met Amsterdam kon concurreren. Waarom zou een toerist verder gaan dan Amsterdam, daar was toch al alles?

Voorzitter Sijbrandy stelde voor om een studiegroep te vormen. Die moest een toekomstbeeld voor Enkhuizen schetsen. In 'Enkhuizen, hoeksteen van Westfriesland', de propaganda-folder van de gemeente uit 1955 schreef Spoelstra ook over sport en cultuur. Hij besloot dat artikel niet het carillon dat elke dag, elk kwartier de bezoeker van de haven een hartelijk welkom toeroept. Alsof ook de klokken wisten hoe hard Enkhuizen die bezoekers nodig had.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube