Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Waarom moest een huisvrouw Engels leren?

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Waarom moest een huisvrouw Engels leren?
Tot in de kleinste details bemoeide de Enkhuizer gemeenteraad zich met het onderwijs. Op de raadsagenda van november 1950 prijkte een voorstel om school B een krediet te verstrekken om 20 schoolbankjes te kopen. Op dezelfde agenda stelde B&W voor om de Groen van Prinstererschool atlassen te laten aanschaffen.

Meestal waren dit hamerstukken, maar soms leidde zo'n agendapunt tot een discussie. In april 1954 bijvoorbeeld verzocht de RK jongensschool om een kofferharmonium aan te mogen schaffen. Raadslid Groot (VVD) kon niet nalaten te zeggen dat hij bang was voor nog meer aanvragen voor piano's, orgels en dergelijke. Hij wist ook wel dat als de inspecteur toestemming gegeven had, dat dan de raad wel moest.

Maar als de inspecteur voor Sinterklaas wilde spelen moest hij dit in het vervolg maar van zijn eigen geld doen. Stavenuiter (KvP) verdedigde de jongensschool. Hier was een serieus voorstel gedaan en dan hoorde je niet over 'Sinterklaas spelen' te spreken.

Uiteraard leidden ook de aanvragen voor nieuwbouw tot discussies. In 1951 lagen er drie. Er moest een openbare en een protestants-christelijke ULO komen, terwijl het gebouw van school B al bijna 40 jaar geleden was afgekeurd! Even dreigde de protestants-christelijke ULO eerder gebouwd te worden dan de openbare. Dat kon natuurlijk niet. De discussie laaide zo hoog op dat de burgemeester bang was voor een nieuwe schoolstrijd.

Uiteindelijk liep het goed af. Door de financiële steun van de Nutsspaarbank kon op de Kuipersdijk de Openbare ULO in augustus 1952 geopend worden. De protestants- christelijke Groen van Prinstererschool kon twee jaar later zijn eerste leerlingen ontvangen en school B (op het Zuiderkerkplein) opende ook in 1954 haar deuren. De beide ULO's werden door Ybema, de directeur van openbare werken, ontworpen. Uiteraard vond de PvdA dat maar niks. Die school op de Kuipersdijk leek wel een soort noodkerk met dat rare torentje, mopperde Roosendaal. De PvdA en Ybema bleken ook in deze kwestie weer water en vuur.

Maar ook meer inhoudelijke kwesties moesten in de raad besproken worden. Het bestuur van de Vrouwenarbeidschool, de latere Huishoudschool, diende in september 1954 het verzoek in om Engels te mogen geven. Wethouder Roosendaal was zelf van mening dat het een verplicht vak moest worden, maar dat ging een aantal heren toch te ver. Waarom een huisvrouw Engels moest kennen was niet duidelijk. Het enige vrouwelijke raadslid, mevrouw Binnerts-Scherstra van de PvdA hield een gloedvol betoog voor de invoering van het vak, maar haar fractiegenoot Sandstra vond het onjuist dat een meisje geen diploma voor het huishouden kreeg omdat ze geen Engels kende! Ook vond hij het vreemd dat op de ULO het vak handwerken facultatief was, terwijl Engels op de Huishoudschool verplicht zou zijn.

Uiteindelijk ging de raad akkoord omdat wethouder Roosendaal de verplichte status van het Engels nog wel met het bestuur en het departement zou bespreken. Het woord emancipatie viel nog niet in die dagen. Ook de directrice van de Vrouwenarbeidsschool, mej. C.M. Kingma, ging nog uit van de klassieke man-vrouw-verhoudingen. In een lezing over het vervolgonderwijs adviseerde ze dat een meisje eerst drie jaar naar de huishoudschool moest. „Want een meisje met een HBS-diploma en een hoofd vol hogere wetenschap, kwam natuurlijk hopeloos te kort om te voldoen aan de aloude levenswijsheid, dat de liefde van de man door de maag gaat."


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube