Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Henkuzers leek een beetje op Zuid-Afrikaans

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De Sibajak van de Koninklijke Rotterdamse Lloyd. Met dit soort schepen voeren de emigranten naar hun nieuwe vaderland. De familie Harlaar vertrok op 25 oktober 1949 naar Zuid-Afrika
De Sibajak van de Koninklijke Rotterdamse Lloyd. Met dit soort schepen voeren de emigranten naar hun nieuwe vaderland. De familie Harlaar vertrok op 25 oktober 1949 naar Zuid-Afrika
Wim Kouwenhoven had wel een beetje aan die 'zwartjes'moeten wennen, verder beviel het hem prima in Zuid-Afrika. In 1948 was hij alleen naar Walvisbay gereisd. Een jaar later was zijn vrouw, Nel Kranenburg, hem met de twee kinderen gevolgd.

De natuur was prachtig. Wandelende duinen, bergen, de oceaan, heel wat anders dan Enkhuizen. Alleen bij oostenwind was het minder. Als je niet oppaste, stoof je hele huis onder het zand en bloedheet was het dan. De taal was niet zo'n probleem geweest. Met een beetje Engels en Nederlands kon je je prima redden. Het echtpaar Kouwenhoven had nu ook een gezellige kennissenkring. Allemaal witmensen natuurlijk. Wim Kouwenhoven was opzichter in de bouw en had veel zwarten in dienst. Je kon niet zoveel van ze eisen, of ze snapten het niet of ze Wilden niet. Maar als je het kalmpjes aan deed ging het wel.

Gerrit Harlaar had Enkhuizen ook verruild voor Zuid-Afrika. Hij was, samen met zijn vrouw Janny en hun drie kinderen, gastvrij door. de Hollandse gemeenschap ontvangen. Taalproblemen waren er niet. 'Hen-kuzers' leek een beetje op het ' Zuid-Afrikaans dus dat was wel makkelijk. Ze werden gewaarschuwd voor spinnen en slangen. Al binnen een week na hun aankomst had op het bedrijf waar hij werkte, een boy een levensgevaarlijke Bobbejaan spin doodgetrapt. Uiteindelijk viel het mee. In de twee jaar dat Gerrit nu in Zuid Afrika was had hij maar een paar slangen en giftige spinnen gezien Wel grote apen, maar die warrin niet gevaarlijk. Als ze een geweer zagen, vluchtten ze.

Natuurlijk miste hij zijn familie in de Lange Tuinstraat en in de Driebanen. Vooral de feestdagen zou hij graag in Enkhuizen willen vieren. Ook al vanwege het weer. Kerst en Oud en Nieuw in de zomer, dat wilde maar niet wennen.

Visser had een radiowinkel aan de Heiligeweg gehad! Hij was naar Canada geëmigreerd. Hij werd daar opgevangen door zijn zwager. Dat was erg prettig. Zonder zo'n hulp was de eerste kennismaking met een nieuw land moeilijk. Zijn eerste baan vond hij snel als monteur in een radiozaak. Dat duurde niet lang, maar via andere Nederlanders had hij al snel weer ander werk. Wel 600 kilometer verderop: geen probleem in een land met zoveel auto's.

De afstand werd binnen twaalf uur liftend afgelegd. Een nieuw huis was, ook weer met hulp van Nederlanders, snel geregeld. Zijn ideaal was natuurlijk een eigen radiowinkel. De mensen hadden veel meer geld dan in Nederland.

Ze kochten dan ook makkelijker een radio. Sommigen hadden zelfs een tweede toestel in de keuken staan! Hij was al begonnen met het importeren van radio's uit Nederland: Phillips natuurlijk, wat anders.

Na 1957 nam het aantal emigranten uit Nederland af. Het drong tot de achterblijvers door dat het in Canada, Zuid-Afrika of Australië ook wel eens tegen kon vallen. In 1955 publiceerde de Nieuwe Enkhuizer Courant een brief van vrouw die het leven in Canada zwaar viel. Ze schreef over de hoge (seizoens) werkeloosheid, de slechte sociale voorzieningen, en de primitieve woonomstandigheden.

Ze hekelde de voorlichters van de emigrantenbureaus. Die kwamen inderdaad wel eens kijken. Ze woonden dan een half jaar in de mooiste huizen om daarna terug te gaan naar Nederland! De vrouw had maar een advies aan de lezers van de krant: doe het niet!

Nederland herstelde zich ook boven verwachting snel. Ook hier steeg het welvaartspeil. En dus besloten veel Nederlands, ook de Enkhuizers, maar gewoon thuis te blijven.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube