Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Gemeenschapshuis in achterstandsgebied

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Gemeenschapshuis in achterstandsgebied
„Het stichten van een gemeenschapshuis krijgt niet eerder betekenis dan wanneer de gemeenschap zelve dit huis zal zien als haar huis, waar zoveel mogelijk alle aspecten van het gemeenschapsleven tot uiting kunnen worden gebracht."

Met deze fraaie zin wilde de Commissie tot Stichting van een Gemeenschapshuis in 1963 de noodzaak van zo'n huis aantonen. De commissie kreeg zijn zin ook nog. In 1968 werd het gemeenschapshuis De Nieuwe Doelen geopend. Voor het zover was, was er heel wat water door het Krabbersgat gestroomd.

Achter de hoogdravende taal van de commissie school een prozaïsche werkelijkheid: er waren te weinig zalen in de stad. En daarachter zat weer een heel praktisch argument om over een gemeenschapshuis te beginnen. Het Rijk en de provincie stelden een ruime subsidie in het vooruitzicht. Niet iedereen kreeg geld, alleen gemeentes in een achterstandsgebied kwamen in aanmerking. Oostelijk West-Friesland was zo'n gebied.

Ambtenaren

De subsidieaanvraag moest voor 5 maart 1963 op de bureaus van de ambtenaren in Haarlem en Den Haag liggen. Dat was een beetje een probleem, want er was nog geen overeenstemming over de plek van De Nieuwe Doelen. De commissie wilde het gebouw aan de Paktuinen neerzetten, op de plek van de muziektent. Die zakte toch van ellende en ouderdom in elkaar, dus die kon wel weg.

De gemeente was voor een plek in de oude stad. Er werd gekeken naar het terrein tussen het Verlaat, de Waagstraat en de Erwtenmarkt. Voor velen was de Paktuinen eigenlijk te ver van het centrum van de stad. In de beleving van veel Enkhuizers was het een industriegebied. Het gemeenschapshuis zou tussen de scheepswerf en de papierfabriek komen te liggen.

Spoelstra, de onvermoeibare voorvechter van het historische schoon in Enkhuizen, schreef lange artikelen in de Enkhuizer Courant. Het stadsbestuur deed maar wat, vond hij. Systeemloos bouwen is hier aan de orde van de dag, kopte een van zijn artikelen. Er moest een structuurplan komen. En de burgers moesten hun mening kunnen geven over dat structuurplan.

Inspraak

Spoelstra wilde inspraak van de burger als het over hun stad ging. Hij nam al vast een voorschotje. De Paktuinen moesten een stadspark worden, en De Nieuwe Doelen moest in het stadscentrum komen. Ook Heemschut schreef een brief aan de gemeente. De Paktuinen moest'een open gebied blijven, betoogde ook deze monumentenvereniging. In de brief klonk de verbazing van Heemschut door dat het Van Bleiswijkhuis een medisch centrum en een badhuis werd, dat zou een prima gemeenschapshuis zijn.

Het verbaasde de vereniging ook dat het oude Doelengebouw als bollenschuur gebruikt werd, daar waren ook zalen geweest. Zelfs de Kuiper van Kuiper, De Ranitz, Van der Ree en Van Til, het Rotterdamse stedenbouwkundige bureau, dat door Enkhuizen ingehuurd was, was voor een Nieuwe Doelen op het Verlaat. Zelfs dat mocht niet baten.

Er stond nog een achttal huizen op de plek aan het Verlaat waar De Nieuwe Doelen gedacht was. Een beetje schoorvoetend moest de gemeente toegeven dat ze nu nog maar twee panden in bezit had. Het Verlaat zou niet lukken, zeker niet voor 5 maart 1963.

In de raadscommissies werd toen maar besloten de grond aan de Paktuinen voor een gulden aan de Commissie tot Stichting van een Gemeenschapshuis over te dragen, net op tijd voor de uiterste datum van de subsidieaanvraag.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube