Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Ook andijk bruist van de plannen

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De Oosterdijk met de Ven op de achtergrond. Op het moment dat de burgemeester zijn nieuwjaarstoespraak hield, was het dorp bijna afgesloten door heftige sneeuwval.
De Oosterdijk met de Ven op de achtergrond. Op het moment dat de burgemeester zijn nieuwjaarstoespraak hield, was het dorp bijna afgesloten door heftige sneeuwval.
Met Andijk ging het prima. Burgemeester de Zeeuw kon zijn nieuwjaarstoespraak in 1963 met een zekere tevredenheid houden. Zijn gemeente groeide. De teller stond nu op 4331, dat waren er 21 meer dan het jaar daarvoor. Steeds meer mensen vonden werk of een woning in Andijk zelf. In 1961 waren er 77 Andijkers uit hun dorp vertrokken, in 1962 waren dat er nog maar vijftig.

Er werd volop gebouwd in het dorp. 41 huizen, waaronder zestien bejaardenwoningen, waren er in 1962 bijgekomen. Nog eens zeventig woningen werden zodanig opgeknapt dat ze aan de moderne eisen voldeden. Er was een nieuw postkantoor gebouwd, in februari 1962 was het in gebruikgenomen.

In oktober kwam de commissaris van de koningin naar Andijk om het nieuwe raadhuis te openen. Zelfs de brandweerkazerne was klaar, zodat er een nieuwe autobrandspuit besteld kon worden. En vierhonderd jonge en oude Andijkers hadden al zwemles genomen in het nieuwe zwembadje aan de Kleingouw.

De burgemeester had nog een hele lijst met plannen voor het volgende jaar. Natuurlijk zouden er woningen gebouwd worden. Er was zelfs sprake van een uitbreidingsplan: Centrum. Het wegennet moest vernieuwd worden. De Middenweg was al klaar.

De Kleingouw en de Horn zouden aangepakt worden en alle dertien bruggen moesten verstevigd worden. Een politiebureau en een dorpshuis moesten er komen. De burgemeester sprak ook over een voetbalveld, een korfbalveld en een echt zwembad bij het instructiebadje.

De tuinbouw was de motor van de Andijker economie. Jonge tuinders moesten geschoold worden. De tuinders merkten dat door de EEG de markt aan het veranderen was. Burgemeester de Zeeuw had er alle vertrouwen dat dat wel zou lukken.

Alleen het tuinbouwonderwijs werkte niet echt mee. Al jaren was er sprake van een voorbeeldbedrijf als een soort scholingsproject, maar het kwam er niet van. Daarom eindigde De Zeeuw met een citaat van de cabaretier Sonne-veld: 'Doe eens wat', zo riep de burgervader hen op. Tegen zijn dorp hoefde hij het niet te zeggen: Andijk bruiste van de plannen in 1963.

Voor de enthousiaste burgemeester was Andijk al gauw te klein. In 1966 maakte hij een overstap naar een grotere gemeente; hij ging naar Enkhuizen waar hij tot 1974 burgemeester zou blijven.

In tegenstelling tot De Zeeuw was burgemeester Elders van Bovenkarspel niet optimistisch. In zijn nieuwjaarstoespraak van 1963 moest hij constateren dat de bevolking in zijn gemeente met 53 personen was afgenomen. Bij gebrek aan werk en woningen zochten vooral de jongeren hun heil ergens anders. Er was een beetje industrie, maar daarin vonden maar tweehonderd man werk.

Helaas liet de agrarische sector het afweten. De burgemeester sprak wel uit dat hij het volste vertrouwen had dat de tuinders de problemen het hoofd zouden bieden, maar ze moesten wel oppassen, zo waarschuwde hij. Anders konden ze de boot wel eens missen.

Het was ook niet alleen Bovenkarspel dat in de problemen zat, zei hij. Heel oostelijk West-Friesland was een probleemgebied. Natuurlijk kon de bevolking er bovenop komen, maar daar was veel steun van Den Haag en Haarlem voor nodig.

Zeer kritisch was de burgemeester over het bouwbeleid van de regering. Veertig miljoen gulden werd er uitgegeven voor een duur congrescentrum in Den Haag. Met dat bedrag konden wel tweeduizend gezinnen aan een woning geholpen worden, zei hij wat bitter.

Er was natuurlijk wel een lichtpuntje in het sombere verhaal van de burgemeester: de Flora was weer een enorm succes geweest.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube