Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Dagdromen over toekomstige markerwaard

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Dagdromen over toekomstige markerwaard
"Het is niet gemakkelijk er zich een duidelijke voorstelling van te maken, hoe ons land er over pakweg 20, 30, 40 jaar uit zal zien, als alle Zuiderzeepolders droog, in cultuur gebracht en bevolkt zijn, als het verkeer over nieuwe goede verbindingen tussen het westen en oosten en het noorden en zuiden van ons land beschikt."

"Wanneer in het centrum van Nederland in plaats van de nu nog bestaande watervlakte niet alleen een uitgestrekt nieuw agrarisch land met goed ingerichte, aantrekkelijke landbouwdorpen is gekomen, maar ook nieuwe moderne steden met aantrekkelijke woonwijken en winkelcentra, doelmatig ingerichte industrieterreinen en de nodige recreatiemogelijkheden zijn verrezen."

Deze tekst schreef mej. ir Elze F. van der Ban in 1957 in West-Frieslands Oud en Nieuw van het Historisch Genootschap Oud West-Friesland. Zij was hoofdingenieur bij de Dienst Zuiderzeewerken en medeverantwoordelijk voor de inrichting van de Oostelijke Flevopolder. In het artikel schreef zij over de nieuwe polders. Er zouden steden gebouwd worden, maar het nieuwe land zou ook het verzorgingsgebied kunnen worden van Hoorn en Enkhuizen. Het watertoerisme zou profiteren van een randmeer tussen de Markerwaard en de Streek. Op het Enkhuizer Zand kon een mooi recreatieterrein komen, de geulen en banken zouden heuvels en dalen worden. Van belang was natuurlijk waar de wegen vanuit de polder "aan land zouden" komen, schreef ir. Van der Ban. Enkhuizen was zo'n punt, maar bij Oosterleek, Hoorn en Oosthuizen waren ook wegen gepland. Kortom, Hoorn en Enkhuizen kregen nieuwe kansen door de aanleg van de Markerwaard.

Op 19 januari 1963 sprak ir. K. Bazlen, hij was hoofdingenieur bij de Dienst Zuiderzeewerken op een avond voor het Nederlands Instituut van register Ingenieurs, ook over de nieuwe polders. Er moest altijd een IJsselmeer blijven, vertelde hij zijn publiek. Zo'n zoetwaterbekken tussen Friesland en Noord-Holland was een bescherming tegen het zoute water van de Waddenzee. Natuurlijk zouden zo rond het jaar 2000 grote stukken van de Waddenzee ook ingepolderd zijn, maar dan nog kon een IJsselmeer niet worden gemist.

De minister had in 1959 besloten om Zuidelijk Flevoland eerst aan te leggen. Bazlen noemde als reden dat met de opbrengst van de kleinere polder Zuidelijk Flevoland de aanleg van de grote Markerwaard betaald zou moeten worden. Een afronding van de plannen van ir. Lely stond bij de hoofdingenieur buiten kijf.

Zowel de Markerwaard als Zuidelijk Fevoland diende om de problemen van de overvolle Randstad op te vangen. De Hoogovens alleen al profiteerde van de snelle verkeersverbinding met Duitsland. Maar ook de recreërende burger zou meer mogelijkheden hebben. Hij noemde met name de aanleg van een groot bos op het Enkhuizer Zand.

Voor Enkhuizen was het besluit de aanleg van de Markerwaard uit te stellen een teleurstelling. Elke keer als er gesproken werd over stadsuitbreiding was het verlies van landbouwgrond een zwaarwegend punt geweest. De aanleg van de Markerwaard zou dat probleem opgelost hebben. Ook allerlei andere mogelijkheden van een nieuw en groot achterland deden de bestuurders watertanden. De teleurstelling over het uitstel was des te groter omdat Rijkswaterstaat al met de aanleg van de Markerwaard begonnen was. Het eerste stuk dijk voor de nieuwe polder was al aangelegd, het verbond en passant Marken met het vasteland, en bij Enkhuizen was al een werkhaven aangelegd. De Enkhuizers twijfelden dan ook niet. Die Markerwaard kwam er wel, alleen niet in 1967.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube