Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Friese politie haalt enkhuizers van het ijs

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Een van de vele schaatstochten en wedstrijden die in enkhuizen georganiseerd werden in de strenge winter van 1963
Een van de vele schaatstochten en wedstrijden die in enkhuizen georganiseerd werden in de strenge winter van 1963
In de Enkhuizer Courant stond op 19 januari 1963 dat Gosse van der Veen, Arie Muskee, Q. Langedijk, Piet Boeder en Piet Broekhuizen geprobeerd hadden de Elfstedentocht uit te rijden. De krant maakte geen melding van het feit dat nog een groep Enkhuizers op 18 januari in Leeuwarden gestart was. Q. Langedijk was met die groep uit Enkhuizen vertrokken. Jil van der Horst, Jantje Langedijk, Henk Kraaij, Rein de Graaff en Joop Kaagman hoorden daar ook bij.

Hieronder het tweede deel van het verhaal van Jil van der Horst van die dag.

Al voor Sneek was Jil de andere Enkhuizers kwijtgeraakt. Vanaf Staveren had hij gereden met ene Wil uit Rotterdam. Vooral na Franeker was het weer steeds slechter en geworden. Naar Dokkum was het voor Jil een echte hel geworden. Bij zijn doorkomst in Bartlehiem was Jil gezien door Piet Groen, de zwager van Henk Kraaij. Hij had Jils doorkomst naar een café in Leeuwarden gebeld. In dat café hadden de Enkhuizers afgesproken, als ze uitgeschaatst waren.

Langzamerhand was de ene na de andere binnengedruppeld. Allemaal hadden ze het op moeten geven. Jil van der Horst was de enige die op dat moment - het was het begin van de avond - nog op de schaars stond. In die warme gelagkamer waren de Enkhuizers het al snel met elkaar eens dat in ieder geval één Enkhuizer de eer van het gezelschap zou redden.

Op weg naar Dokkum waren de beide mannen in een echte sneeuwstorm beland. Het was ' één witte vlakte waar ze in het roetdonker op schaatsten. Je zag bijna geen hand voor ogen. Op een gegeven moment kwam Jil geen centimeter meer vooruit, wat hij ook deed.

Gras

Even dacht hij dat zijn schaatsen kapot waren, maar hij stond op het gras te schaatsen. Hij zag het verschil tussen land en ijs niet meer. Ploeterend en klauwend, soms een paar slagen schaatsend waren Jil en Wim in het stikdonkere Friesland vooruitgekomen. Zoals elke Elfstedentochtrijder hadden ze na hun tweede doortocht door Bartlehiem een beetje hoop dat ze Leeuwarden voor 12 uur zouden halen.

Snikken

Maar in Oudkerk, een kleine tien kilometer voor de finish, ging het fout. Op het ijs stond politie. Onverbiddelijk haalden ze iedereen van het ijs. Doorgaan was levensgevaarlijk geworden. Met een busje zijn de twee naar Leeuwarden gebracht. Wim zat te snikken van ellende, voor hem geen vijfde kruisje. Jil weet niet of hij dat vijfde oftewel gouden kruisje ooit gehaald heeft.

Terug in Leeuwarden moest Jil eerst zijn schoenen uit een enorme berg andere schoenen zien te vissen. Daarna ging hij naar het café waar met de rest van de Enkhuizers afgesproken was. Toen hij het café binnenstapte ging er een enorm gejuich op. Het hele gezelschap was er van overtuigd dat hij de hele tocht volbracht had. Jil moest ze teleurstellen.

Midden in de nacht gingen ze terug naar Enkhuizen. Tot drie keer aan toe liep de Citroën van Joop Kaagman op de Afsluitdijk vast in de sneeuwduinen. Ze hadden maar één schep bij zich, dat betekende dat de auto ook met de handen uitgegraven moest worden. Pas in de hele vroege ochtend bereikte het gezelschap Enkhuizen. Een illusie armer maar een ervaring rijker.

De volgende dag sliep Jil eerst maar eens wat uit, maar's middags kon hij het niet laten. Hij bond de schaatsen weer onder om een stukje te gaan rijden.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube