Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Jan goos verdiende met memoires zijn eigen kaai

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Jan goos verdiende met memoires zijn eigen kaai
In 1961 verscheen het boek 'Jan Goos, visserman van Enkhuizen'. Jan Goos leefde van 1877 tot 1950. Op zijn zestigste was hij begonnen zijn memoires te schrijven. Honderdentachtig pagina's zijn het geworden, met herinneringen van een Enkhuizer visser zo rond de eeuwwisseling. Het is geen lopend verhaal, het zijn meer losse invallen.

Het lijkt erop dat Jan Goos opschreef wat hem op dat moment te binnen schoot. Hij schreef met een heel onduidelijk kriebelig handschrift. Niet verwonderlijk als je vaak een helmstok en bijna nooit een pen in je handen gehad hebt. Jan Goos' spelling was ook hoogst eigenaardig. Ook dat was niet verbazingwekend. Hij had niet lang op school gezeten. Zoals zo velen van zijn generatie had Jan al vroeg mee moeten werken om het gezinsinkomen op peil te houden.

"Azen en spleten bij buurman Mol" het klaarmaken van het hoekwant, leverde meer op dan de lagere school. Op zijn negende verruilde Jan Goos de schoolbank voor de doften van de botvlet. Hij schreef de woorden op zoals ze klonken en in zijn geval klonken ze plat Henkuzens of anders gezegd: Jan Goos sprak en schreef de taal van het Suud. 'Herinneringen werd 'erhinderingen" 'hoor eens werd 'or eens', 'in zijn element' werd 'in ze heele ment'. Nu zijn deze woorden met enige moeite nog wel te reconstrueren. Als je weet hoe men in Enkhuizen met de 'h' omging en met hardop lezen kwam je een heel eind, maar sommige woorden werden wel heel erg verhaspeld. 'Cint der klaas' voor 'Sint-Nicolaas' en een 'suuwsboot voor kolonijal'e voor 'de boot naar Suez met passagiers voor de koloniën'? En dat zeven schriftjes lang met bij elkaar 679 dichtbeschreven bladzijden.

Karel Boonenburg, toen nog wetenschappelijk medewerker van het Zuiderzeemuseum, zag de waarde van het manuscript. Hij schreef dat het wetenschappelijk belang van de herinneringen van Jan Goos lag in het feit dat ze een weergave zijn Van het leven van het gewone volk aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw en dan speciaal het leven van het vissersvolk in het Zuiderzeegebied. Boonenburg had toen al een lange lijst van publicaties op zijn naam. Hij had als specialisme windmolens, maar ook de cultuur van het Zuiderzeegebied.

In 1963, twee jaar na zijn bewerking van de herinneringen van Jan Goos, schreef hij mee aan het boek van de schilder Jos Lussenburg: 'De stervende Zuiderzee'. Boonenburg heeft overwogen het hele manuscript van Goos uit te geven. Maar hij realiseerde zich dat de een weergave van de letterlijke en complete tekst misschien wetenschappelijk wel interessant zou zijn, maar dat geen uitgever zich er aan zou wagen. Hij koos ervoor de meest interessante en misschien wel de meest leesbare, tekstfragmenten weer te geven.

In 1981 besloot het gemeentebestuur, op advies van de archiefdienst, een van de straten in Gommerwijk West naar Jan Goos te vernoemen. Hij verdiende door zijn memoires net zo goed een straatnaam als Gerard Brandt, Sebastiaan Centen of Douwe Brouwer, zo was de redenering. De gemeenteraad nam het voorstel over, maar veranderde wel de naam Jan Gooskade in Jan Gooskaai, dat klonk wat meer Henkuzens.

Piet Rooker, ook medewerker van het Zuiderzeemuseum, hij had het hele manuscript gelezen, schreef later bewonderend over zowel Jan Goos als Karel Boonenburg. Maar schreef hij dan zal de nuchtere Jan Goos zich toch wel even onder zijn pet gekrabd hebben bij het aanschouwen van zijn eigen kaai.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube