Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Over verkeersellende en andere problemen

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

De synagoge in 1955
De synagoge in 1955
Het Enkhuizer PvdA-raadslid Takens maakte zich ongerust over de Markerwaard. Niet of die er wel zou komen, daar twijfelde in 1967 nog niemand aan. Maar de plannen voor de bouw van de sluizen bij Lelystad en Enkhuizen werden langzamerhand bekend en over die sluizen was maar plaats voor een tweebaansweg. Dat was natuurlijk te weinig. Er moest een vierbaansweg komen. Hij vond dat het gemeentebestuur fors aan de bel moest trekken. Misschien kon dat wel via het pas opgerichte SOW.

Halfweg

De burgemeester kon hem geruststellen. De echte doorgaande weg door deMarkerwaard zou halfweg tussen Enkhuizen en Hoorn in West-Friesland aansluiting vinden met de nieuw aan te leggen verbinding tussen Enkhuizen en Alkmaar. Dat zouden natuurlijk allemaal vierbaanswegen worden. Niet alleen de landelijk opererende bestuurders waren bezig Nederland aan de eisen van het autoverkeer aan te passen. Ook op lokaal niveau moest er over de auto nagedacht worden. In Plan Noord bijvoorbeeld. De wijk was nog maar een paar jaar af en toch waren er al klachten over de verkeersdoorstroming. De straten waren niet op het autoverkeer berekend. Ze waren te smal, zeker als er ook nog eens geparkeerd moest worden. Eenrichtingsverkeer moest de oplossing bieden. Lastiger was het probleem van de vrachtwagens in het wijkje. 's Nachts en in de weekenden stonden er nogal wat in de straten geparkeerd, tot grote irritatie van de omwonenden.

Maar ook in de binnenstad gaf het autoverkeer problemen. In de Westerstraat, en dan vooral het winkelgedeelte, zat het verkeer vaak muurvast. Ook hier zouden een parkeerverbod en eenrichtingsverkeer uitkomst moeten bieden. Er werd zelfs eenrichtingsverkeer voor fietsers voorgesteld. De bestuurders konden het maar moeilijk over een nieuw verkeersplan eens worden. En iedereen bemoeide zich er ook nog eens mee. Vooral de middenstanders roerden zich. De middenstandsbond ENMB stuurde een brief vol suggesties naar het gemeentebestuur. Dat weerhield andere middenstanders er niet van ook hun eigen plannen kenbaar te maken.

Het raadslid mevrouw Sandstra-Onverwagt was teleurgesteld over het ongeordende optreden van de middenstanders. Iedereen verzon zijn eigen plannen en niemand was het mèt een ander eens. Het leek de discussie over de verordening over de winkeltijden wel, daar waren de winkeliers elkaar ook in de haren gevlogen.

De Provinciale Weg moest ook hoognodig doorgetrokken worden. Nu liep die weg tot aan het Westeinde, wilde je in de nieuwbouw komen dan moest je de hele stad door naar de Noorderweg. Zeker nu de Oude Gouw langzamerhand vorm begon te krijgen moest er een betere verbinding komen tussen de Provinciale Weg en de nieuwbouwwijk.

Gelukkig losten andere problemen zich bijna vanzelf op. De joodse gemeente was te klein geworden voor hun synagoge. Uiteraard lag dit gevoelig. Je kon het gebouw niet zomaar als zaaltje verhuren. Gelukkig kon de wethouder in april 1967 mededelen dat de Baptistengemeente er wel in wilde kerken.

Speciale eisen

De joodse begraafplaats werd overgenomen door de gemeente. Er was contact opgenomen met de Amsterdamse rabbijn over de speciale eisen die de joodse riten voorschreven. Er moest een omheining zijn die was er al - in de vorm van een stevige muur en al het groenafval moest op de begraafplaats verbrand worden. En de mannelijke bezoekers moesten een hoofddeksel dragen, dus ook het gemeentepersoneel. Dat was ook geen probleem herinnerde de verantwoordelijke ambtenaar, Kees Koning zich. ,,Ik had een gemeentewerker, die volgens mij nog in bed zijn pet op hield. Die kreeg de begraafplaats onder zijn hoede. Was dat ook weer opgelost."


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube