Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Geen Westfries Kanaal maar een luchtkasteel

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Brug in de Molenweg
Brug in de Molenweg
Nu is het de verbreding van de Westfrisiaweg, maar ooit was de regio in de ban van een Westfries Kanaal. Toen ingenieur Ringers hierover op 11 januari 1921 een lezing gaf, besteedde de Enkhuizer Courant er bijna de hele voorpagina aan.

Johannes Aleidis Ringers (1885-1965) was op dat moment arrondissementsingenieur in Hoorn, maar hij werkte ook voor de Westfriese Kanalen Vereniging. Later zou hij het schoppen tot minister voor Wederopbouw in het eerste kabinet Drees/Schermerhorn. De Westfriese Kanalen Vereniging bestond al dertig jaar, maar trok in de eerste jaren van haar bestaan weinig aandacht. Het hoofddoel leek Schagen te voorzien van betere verbindingen en dat had voor weinigen een hoge prioriteit.

De Hoornse burgemeester De Jongh blies de vereniging nieuw leven in. Hij interesseerde CJ.K. van Aalst voor de zaak. Van Aalst, geboren in Hoorn, was een van de meest invloedrijke Nederlanders. Hij was directeur van de Nederlandsche Handelsbank, nu de ABN, en bekleedde daarnaast talloze functies in binnen- en buitenland. Ook WC. Bosman sloot zich aan. Hij was samen met zijn vader directeur van de succesvolle rederij die de lijnen Alkmaar-Amsterdam en Enkhuizen-Stavoren exploiteerde. Bosman kende Ringers nog uit zijn Alkmaarse jeugd.

De ingenieur kreeg de opdracht een rapport te schrijven over de technische en de economische haalbaarheid van een kanalenstelsel in West-Friesland. Een van de mogelijkheden was een kanaal van Alkmaar via Hoorn naar Enkhuizen, met een zijtak naar Medemblik. In zijn voordracht op 11 februari besprak hij de route van het kanaal door of langs Enkhuizen.

Eigen plan
Wethouder Cees Stapel had, energiek als altijd, ook al een eigen plan bedacht. Hij wilde een kanaal tussen de Streekweg en de spoorlijn. Door de Vest heen zou dat kunnen aansluiten op de Zuiderboerenvaart. Via een doorbraak, en een sluis, konden
de vrachtschepen dan zo door de Oude Haven de Zuiderzee bereiken. Ringers merkte op dat dan wel erg veel gesloopt zou moeten worden. 'Nou en?', hoor je de wethouder denken.

Ringers legde uit dat er een sterke voorkeur was om het kanaal aan de noordkant van de Streekweg aan te leggen. Niet alleen zouden de vrachtschepen niet vlak langs de veiling hoeven varen - met hun golfslag de bouwersschuiten in gevaar brengend - maar de grond was aan de noordkant ook wat minder bebouwd.

De ingenieur beoogde het volgende tracé: het kanaal zou vlak langs het bastion Friesland aan het einde van de Molenweg gaan en dan door bastion Nassau. In het Wilhelminaplantsoen moest een sluis aangelegd worden, zodat het kanaal kon aansluiten op de Oosterhaven. Via de Oosterhaven konden de schepen naar het Krabbersgat.

De reacties waren zeer verschillend. De heer Sluis maakte zich zorgen over de schuiten die uit de polder naar de veiling wilden: die moesten straks het gevaarlijke kanaal oversteken. Anderen spraken over het verlies van het mooie plantsoen. Weer anderen kozen toch voor de zuidelijke variant en dan met een goederenoverslag van het kanaal naar de spoorbaan. Voor de agrarische sector niet onbelangrijk. Burgemeester Bosma zelf verzekerde de zaal dat zo'n overslagpunt er zeker zou komen, bij welke variant dan ook.

De Enkhuizer Courant vroeg bij monde van de heer Van Egmond een beetje ongeduldig wanneer er met de werkzaamheden aangevangen kon worden. Een duidelijk antwoord kwam er niet. Dat gold uiteindelijk ook voor het kanaal zelf.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube