Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Garrut werd erevijand van de Drom

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Gezelligheid op de begane grond van De Drommedaris omstreeks 1965
Gezelligheid op de begane grond van De Drommedaris omstreeks 1965
Het Enkhuizer Weekrapport, een vaste rubriek in de Enkhuizer Courant, van januari 1963 ging in op de subsidiëaanvraag van het studentencentrum de Drommedaris. De krant gaf ruiterlijk toe dat zij de komst van de studenten met het grootst mogelijk wantrouwen bekeken had.

Ook in zijn rubriek Garrut had journalist Stavenuiter duidelijk geschreven geen enkele behoefte te hebben aan de studenten. Het was niet voor het eerst dat Garrut in aanraking kwam met de studentenwereld. In 1953 hadden een dertigtal VU-studenten 's nachts nogal huisgehouden in Enkhuizen. De studenten hadden wel hun excuses aangeboden, maar Garrut en de rest van de stad waren deze kennismaking met 'het Student" niet vergeten.

Garrut was mordicus tegen de studenten in de Drom. Door zijn schrijven - het leek een klein beetje op een hetze - ontstonden er zelfs spanningen tussen Enkhuizer jongeren en de studenten, waarbij het niet alleen bij woorden dreigde te blijven. Toch schrijft Gerard Stavenuiter in december 1961 een column waarin hij ruiterlijk toegaf dat hij het bij het verkeerde eind had gehad. De studenten hadden keihard gewerkt om het gebouw gebruiksklaar te maken. Ook waren ze erin geslaagd om een cultureel programma samen te stellen dat de aandacht van de landelijke pers getrokken had.

Stavenuiter sprak zijn waardering uit voor de nieuwe stichting. Uit dankbaarheid organiseerde de studenten een feestavond voor de zo gevreesde journalist en riepen ze hem uit tot 'erevijand van de Drommedaris'. Stavenuiter had het prachtig gevonden. Maar de Drommedaris had toch een fors financieel probleem en wilde subsidie. De gemeente gaf al voldoende steun door het gebouw voor 1 gulden per jaar te verhuren. Er werd gekeken naar de provincie, maar die weigerde.

Johan Rijfkogel, de initiatiefnemer en 'directeur' van de Drom, schreef een zeer positief stuk in de krant. In februari was het gebouw alle weekeinden vol. De administratie was op orde; er kon zelfs voorzichtig een begin gemaakt worden met het terugbetalen van de schulden. Een aantal weken later deed hij er nog een schepje bovenop. Een en twintig overnachtingen staan er al voor het jaar 1963 geboekt. Studentenverenigingen en internationale studentenorganisaties lijken wel voor de poort van de Drom te dringen om er in te mogen. En daar tussendoor zijn er toneeluitvoeringen en exposities gepland.

Het bleek hoe snel de initiatiefnemers in staat waren geweest van hun studentencentrum een bekend instituut te maken. 'De laatste vijf dagen van het Centrum?" kopten een aantal landelijke kranten in maart. Op 1 april zou de stichting Internationaal Studentencentrum De Drommedaris de deuren moeten sluiten, schreven ze. Het resultaat was een actie voor de stichting, particulieren schonken duizenden guldens, de schuldeisers bleken coulant, een Groningse hoogleraar begon een actie onder de diverse bankdirecties en zelfs de minister van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen stelde een schenking van 10.000 gulden in het vooruitzicht. Voorlopig was het studentencentrum gered.

Het centrum had zijn waarde ook wel bewezen. In het jaarverslag van 196z staan verschillende groepen vermeld die in de Drom logeerden. De Groningse natuurfilosofische faculteitsvereniging, het Institute of Social Studies, de juridische studenten van de VU, een werkweekend van de academie van Bouwkunst, een werkweek van Engelse landbouwstudenten, een studieweekend van Nederlandse en Belgische sociologen, een studiewekend van Amsterdamse psychologen en het galabal van de Adelborsten. Dat allemaal in Enkhuizen.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube