Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

De Zuiderzee, zoals wij die gekend hebben

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Illustratie van schilder Jos Lussenburg uit zijn boek ' De stervende Zuiderzee'
Illustratie van schilder Jos Lussenburg uit zijn boek ' De stervende Zuiderzee'
In zijn boek 'De stervende Zuiderzee' uit 1964 beschrijft, tekent en schildert Jos Lussenburg de Zuiderzeecultuur zoals hij die nog gekend had. Het gaat over de periode vlak voor de inpoldering, toen de Zuiderzee nog een echte zee was met zout water, eb en vloed.

Die tijd had voor velen een grote aantrekkingskracht. Het Zuiderzeemuseum was zelfs bedoeld om de herinnering aan die tijd levend te houden. Een van de medewerkers van het museum, K. Boonenburg schreef in 'De stervende Zuiderzee' een viertal inleidende hoofdstukken. Een aantal jaren eerder had Boonenburg de memoires van Jan Goos bewerkt. Iemand die ook nog echt in het zoute Zuiderzeewater op haring en ansjovis gevist had.

Jos Lussenburg is nooit visser geweest. Hij had misschien wel gewild, maar zijn vader was er kort over: ,,Ik sla liever je poten kapot dan dat ik je naar zee laat gaan" was zijn opvoedkundig advies. Zijn moeder had gezwegen. Haar vader was visser, zij wist maar al te goed dat het leven van een Zuiderzeevisser hard en vaak gevaarlijk was. De pogingen van Jos' vader om zijn zoon te interesseren voor zijn kapperszaak en galanteriewinkel leden trouwens ook schipbreuk. Jos moest kunstbloemen verkopen in de Streek, Andijk en Venhuizen. Het werd niets, en ook een carrière als timmerman eindigde jammerlijk in het kippenhok. Jos was leerling-timmerman. Tot een van zijn zeetaken behoorde het verzorgen van de kippen van zijn baas en leermeester Jonas West in de Torenstraat. De kippen overleefden het niet en Jos kon zijn biezen pakken.

Muziek

Lussenburg vond zijn bestemming in de muziek. Een makkelijke weg was het niet. Zijn ouders verhuisden naar Apeldoorn en later naar het Gooi. Zijn vader had nu een winkel met schilderijtjes en wandteksten. Jos schilderde de landschapjes en probeerde ze voor zijn vader te verkopen.

Echt succesvol werd het allemaal niet, en op een gegeven moment heeft hij definitief voor de muziek gekozen. Hij slaagde erin met zijn viool in zijn levensonderhoud te voorzien met optredens op straat, bij particulieren thuis en uiteindelijk zelfs in een circusorkest.

Terug naar Enkhuizen gaat hij niet meer. Uiteindelijk belandt hij met zijn vrouw - uit Enkhuizen, dát wel - en kind in Nunspeet. Daar bleef hij wonen. Naast violist is hij dirigent van vele harmonieorkesten en fanfares.

In 1920, Jos Lussenburg is dan 31, kan hij door een infectie aan zijn linkerwijsvinger geen viool meer spelen. Het was alsof de bodem onder zijn bestaan werd weggeslagen. Hij herpakte zich, maar nu als schilder. Met zijn schip, een oud bottertje, trok hij er op uit, op zoek naar onderwerpen voor zijn schilderijen. Het werd een succes. Zijn schilderijen vonden over de hele wereld aftrek, ook in zijn geliefde Enkhuizen. Het Zuiderzeemuseum was een goede klant van 'de Lus'.

Het boek "De stervende Zuiderzee" is Lussenburgs afscheid van een tijdperk. Het is ruim geillustreerd. Maar Lussenburg schrijft ook over zijn jeugd, zijn grootvader Jannus van Paulus, de visser en vele anderen die 't Suud rond 1900 bevolkten.

Maar de verhalen gaan ook over de laatste vuurtorenwachter van Schokland die, gek geworden van zijn eenzame bestaan, hele nachten op de omloop van de toren naar de zee zat te staren. Of over de koning van Schokland, zoals de laatste havenmeester van Emmeloord door de vissers genoemd werd.

In mijn eigen tweedehandse exemplaar staat een opdracht geschreven: 'Voor Sylvia, zoals wij het gekend hebben, Oma'. Jos Lussenburg had het zelf niet beter kunnen verwoorden.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube