Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Prijsverlaging smoorde melkoorlog in de kiem

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Prijsverlaging smoorde melkoorlog in de kiem
Een Enkhuizer huisvrouw, of haar dienstmeisje, hoefde vroeger nauwelijks het huis uit om de dagelijkse boodschappen te doen. Een keur van handelaren trok elke dag door de straten luidkeels roepend om hun waren aan te prijzen.

Nog steeds is er een generatie Enkhuizers die weet wat Hein Lub bedoelde als hij zijn 'Nieuwediepertjes' aanprees of zich nog de 'móóóóóie slááábonen' van Jan de Slinger herinnert. Een grote groep bakkers, vis- en melkboeren probeerden hun waren op straat te slijten. Jaap Fijma verkocht er petroleum en Jan de Lacher liep met 'zout'n en zure' langs de deuren. En of dat nog niet genoeg was, speelde het orgel van Wolters zijn deuntjes voor een paar tenten en kondigden verschillende handelaren aan - vaak in volslagen onverstaanbare zinnen - dat ze tweedehands goederen opkochten.

Prijsverlaging smoorde melkoorlog in de kiem
De concurrentie was moordend. Niet alleen werd fel gevochten om elke klant, ook bij de inkoop bleek de zwakke positie van een enkele middenstander tegenover de groothandelaren of producenten. Samenwerking was de enige mogelijkheid om iets aan die positie te verbeteren.
De Eerste Wereldoorlog dwong de bakkers om samen te werken. Door het brandstoftekort stookten ze hun ovens zo veel mogelijk gezamenlijk. De samenwerking hield stand: in 1920 richtten 18 van de 22 bakkerijen de Enkhuizer Banketfabriek op. De bakkers haalden hier 's ochtends het brood om uit te venten of in hun winkels te verkopen. Acht jaar later splitste een aantal bakkers zich af en begon een eigen fabriek aan de Vissersdijk. Maar de Enkhuizer Banketfabriek bestaat nog altijd.

De Eendracht
Ook de melkslijters werkten nauw samen. In 1903 werd de melkslijtersvereniging De Eendracht opgericht. De vereniging onderhandelde voor haar leden met de melkleveranciers over de prijs. In Enkhuizen was in 1914 nog een tiental boeren. Zij produceerden niet genoeg melk voor de hele stad en een aantal ventte ook nog zelf uit. De Eendracht kocht daarom melk bij verschillende melkfabriekjes in de omgeving. Uiteraard probeerde de vereniging deze leveranciers tegen elkaar uit te spelen om een zo laag mogelijke inkoopsprijs te bedingen.

Maar in de crisisjaren werden de fabrieken zelf actief. Bij sommige bedrijven konden de melkslijters behalve melk ook room, pap, karnemelk en chocolademelk inkopen. De Hoornse melkfabriek Horna begon zelfs een heuse melkoorlog. De fabriek dreigde met eigen melkventers naar Enkhuizen te komen. Alleen een snelle actie van de Enkhuizer slijters en boeren kon een invasie van melkslijters uit Hoorn voorkomen: ze verlaagden de prijs van de melk.

Jarenlang praatten de leden en het bestuur over een wel heel radicale ingreep: men dacht erover op zondag niet meer te venten. Er waren zelfs leden die op zondag de deur van hun winkel op slot wilden doen! Het tekende de situatie van de melkslijters, en eigenlijk van alle straathandelaren, dat het tot 1940 zou duren voordat er een beperking van de werktijden van de melkslijters zou komen.

Zondags vrij, en er waren er die praatten over één ventronde per dag. Misschien zouden de vergaderingen van de Eendracht dan om acht uur kunnen beginnen, in plaats van negen uur of half tien. Sieb de Jong schreef al in 1937 in de Enkhuizer Courant over deze plannen:

Zondags, (wat een pure weelde!)
Zondags krijgt de melkboer vrij!
Zondags doet hij niet zijn rondgang
Langs d'Enkhuizer burgerij
Zondags is hij, - hoe is 't mogelijk! -
Reeds van bed af de meneer...!



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube