Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Roel de Graaff zag op Burgwal eens peren hangen

Volgende » « Vorige ^ Terug naar het Overzicht
Bron / Auteur: Klaas Koeman

Roel de Graaff zag op Burgwal eens peren hangen
Roel de Graaff, gepensioneerd directeur van Enk-huizer Banket, schreef in 1976 een serie artikelen over het Enkhuizen van zijn jeugd. Ze verschenen in het personeelsblad 'Oven en Weer'. De illustraties waren van Klaas Theunisz, ook werkzaam bij de banketfabriek.

Al in een van de eerste artikelen maakte De Graaff duidelijk dat hij niet op de toer van 'die goede oude tijd' ging. In tegendeel zelfs. Hij noemde de negentiende eeuw en het eerste decennium van de twintigste een periode van verval en afbraak.

Hij schreef natuurlijk met een zekere nostalgie, maar hij was zich ook scherp bewust van de armoede, de lange werktijden en de lage lonen in die tijd. Het kostte hem bijna moeite iets positiefs over de periode te noemen, schreef hij in zijn eerste artikel. Enkhuizen begon rond de eeuwwisseling wel uit het economisch dal te klimmen, maar dat ging met heel kleine stapjes.

De Graaff groeide op in een vrijstaand huis op de hoek van de Noorderboerenvaart en het Kwakerspad. Het huis stond bij de tuin van Sluis en Groot waarop zijn vader werkte. Ze woonden wat afgelegen. De dichtstbijzijnde bebouwing waren de huizen aan de Westerstraat en de Molenweg. Hij herinnerde zich dat zijn moeder 's winters wachtte als hij het stikdonkere Kwakerspad afliep voor een boodschap of zo. Pas als hij in het licht van de eenzame lantarenpaal op de Pijp in de Westerstraat weer zichtbaar was, ging ze naar binnen.

Het was een heerlijke omgeving om op te groeien. Met smaak herinnerde hij zich de rij perenbomen, Franse Suikers, die langs de Burgwal stond. Overal was water om te zwemmen, te varen en te schaatsen. Tussen de vele tuinen waren overal stukjes groen en paadjes om te spelen.

In gedachten maakte Roel de Graaff een wandeling langs de Vest. Hij begint bij de Omgelegde Burgwal, ontstaan door de aanleg van de spoorlijn. Dan langs het bastion Hollandia, nu de katholieke begraafplaats. Het was in De Graaff's jeugd een ideale speelplaats. Er liep aan de binnenkant van de Vest een klein slootje en verder was het binnentalud van het bastion begroeid met een dik struikgewas. Verder wandelend zag je op de plek van de huidige Oranjestraat tuinen en daarachter de joodse begraafplaats.

De vesting liep door tot aan de Koepoort. Het verkeer, inclusief het paardentrammetje, ging nog door de poort. In het bastion Zeelandia stonden regelmatig grote tenten. Er werden evangelisatiebijeenkomsten gehouden, maar ook het circus werd daar opgebouwd. Het bastion lag natuurlijk vlak bij de Westerstraat. Later was er een speeltuintje. De Nassaustraat was er nog niet, de gemeentelijke kweektuinen lagen daar nog.

De doorvaart onder de Boerenboom kon, net als de doorvaart onder de Oude Gouwsboom afgesloten worden met een houten schuif. Voor zover De Graaff zich kon herinneren, was dat bij de dreigende dijkdoorbraak in de nacht van 13 op 14 januari 1916 nog gebeurd. In het bastion Friesland werd honderd jaar geleden ook al veel gevoetbald.

De Graaff wist nog goed dat in het bastion Stad en Lande de (graan)molen van Appel, later van Van Galen stond. De standaardmolen werd helaas wegens bouwvalligheid gesloopt. Iets voorbij bastion Nassau lagen nog de fundamenten van de vroegere Noorderpoort, De Graaff heeft daar nog gespeeld. Via de begraafplaats kwam je op de Groene Wierdijk.

Dit punt is voor Roel de Graaff het einde van zijn eerste wandeling. De zeezijde moest een volgende keer maar.


Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube